Aanpak capaciteitsproblematiek acute verloskunde

28 maart 2019

Op 5 maart vond de eerste focusgroep Acute Verloskunde van 2019 plaats. Er stonden verschillende onderwerpen op de agenda, waaronder de capaciteitsproblematiek en het beleid omtrent klinische overplaatsingen van vrouwen met een dreigende (premature) partus.

Capaciteitsproblematiek

De focusgroep startte met een overzicht van de ontwikkelingen in de stops. Na een piek in de zomer en oktober 2018 waren er in de eerste maanden van 2019 weer minder stops zichtbaar. T.o.v. de start met het Acuut Zorgportaal in juli 2017 is er wel een licht stijgende trend zichtbaar in het aantal en duur van de stops, mogelijk ook door een betere implementatie van de applicatie. De recente wijzigingen in (en aandacht voor) het regionale protocol zijn zinvol geweest voor de implementatie, al moeten ziekenhuizen hier aandacht aan blijven schenken de komende maanden.

Hiernaast schetsten de Netwerken de aanleiding, werkwijze en bevindingen van individuele gesprekken die in de regio zijn gevoerd over de knelpunten en projectideeën voor oplossingen van de capaciteitsproblematiek. Het tekort aan O&G-verpleegkundigen blijft groot in Amsterdam-Amstelland en lijkt groter te worden in de rest van de regio. Met name ook door een grote uitstroom en een aanzienlijk aantal langdurig zieken. Wel is er ook hier variatie zichtbaar tussen ziekenhuizen. Genoemde achterliggende oorzaken zijn toename van het aantal bevallingen in de 2e lijn (meer pijnstillingsverzoeken o.a.) en een veranderende case-mix. Vanuit de focusgroep wordt hier ook nog een toename van regeldruk en protocollering aan toegevoegd als oorzaak. Uit de gesprekken kwam naar voren dat er in de regio verschillende vaak kleinere toegepaste projecten lopen/liepen en ideeën bestaan om de problematiek op te lossen. Volgens de focusgroep hebben de volgende ideeën extra potentie voor nadere uitwerking:

  • Spreiding: Voorspellen van drukte over aantal maanden door registratie a terme datum vroeg in de zwangerschap. In Utrecht gebeurt dit al. Hiermee kan de drukte in een regio per week (niet dag of dagdeel) aardig voorspelt worden zo blijkt. Voordeel in Utrecht is dat er een centrale registratie bestaat vanuit Saltro. In Amsterdam is dit niet het geval, maar wellicht zijn er andere mogelijkheden. Het zou hiervoor ideaal zijn als er 1 gedeeld dossier bestaat, maar dit lijkt voor de scope van dit mogelijke project te ingewikkeld.
  • Procesoptimalisatie: Aanbod gestuurd roosteren en OK-capaciteit in de zomer voor verloskunde i.p.v. gynaecologie. Dit wordt toegepast in Tergooi ziekenhuis.Een andere mogelijkheid die nog werd genoemd als interessante oplossing betreft het (beter) spreiden van inleidingen.
  • Opleiden/personeel: Alle organisaties zijn extra aan het opleiden. Wanneer alle organisaties weer op formatie zullen zijn is echter niet precies bekend.In dit kader kaneen ‘voorbeeld-HR-beleid verpleegkundigen VLK/GYN’ mogelijk bijdragen werd aangegeven (incl. doelstelling en ontwikkeling formatie, uitwerkingen functiedifferentiatie en retentie).
  • Functiedifferentiatie: Op dit vlak werden er nog veel mogelijkheden gezien. Er werd vooral gesproken over de inzet van zorgassistenten. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld al bij ZMC en OLVG en dit scheelt enorm in de capaciteit is de ervaring. Een ander voorbeeldbetrefthet creëren vaneen pool van kraamverzorgenden (vanuit alle kraamzorgorganisaties in Amsterdam) die mee kunnen naar het ziekenhuis, ook om het ziekenhuis te ontlasten. Dit lijkt een complex project, vooral door het grote tekort aan kraamverzorgenden.
  • Substitutie: Binnen deze richting zijn veel kleinschalige goede voorbeelden zichtbaar. Denk bijvoorbeeld aan intake meconium-, diabetes en GBS-protocollen in een aantal ziekenhuizen. Ook wordt er nog gesproken over de campagne 2e bevalling thuis.

De netwerken gaan onderzoeken welke project(en) in werkgroepvorm kunnen worden opgepakt.

Regionale afstemming (interklinische) overplaatsingen

Vanuit 2 ambulancediensten werden een aantal recente casussen geschetst waarbij een vrouw met een dreigende (premature) partus werd overgeplaatst naar een andere ziekenhuis. De ambulancediensten wilden (onduidelijkheden in) het beleid graag met de focusgroep bespreken. Het huidige landelijke ambulancebeleid (LPA8) zegt dat onder een aantal voorwaarden (bijv. aantal cm ontsluiting, uren geen weeën & weken in zwangerschap) deskundige begeleiding mee moet in ambulance. De belangrijkste vragen aan de focusgroep waren: wat vinden jullie van de voorwaarden en wat is deskundige begeleiding? Overplaatsing vanwege dreigende partus prematurus betekent dat je overplaatst wordt omdat er een bepaalde kans op vroeggeboorte is in de komende 24-48 uur. Het voor de geboorte overplaatsen van moeder (en dus kind) naar een NICU heeft betere perinatale uitkomsten. De ervaring met intra uteriene transporten heeft geleerd dat er vrijwel nooit kinderen worden geboren tijdens transport. Het meesturen van deskundige artsen, hetzij gynaecoloog hetzij neonatoloog, is eigenlijk niet zinvol zelfs al zou een geboorte kunnen plaatsvinden. De arts kan op dat moment niet meer dan deskundig ambulance personeel, en een neonatoloog ontbreekt het de apparatuur voor adequate opvang in een ambulance. In geval van evidente dreiging van geboorte moet daarom direct naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis worden gereden. Als (tijdelijke) oplossingen wordt afgesproken dat de ambulanceverpleegkundige indien hij/zij zich niet bekwaam acht en deskundige begeleiding wil, contact opneemt met de dienstdoende MMA die vervolgens het beleid afstemt met de verwijzend specialist (staf-niveau). Omdat RAV Kennemerland ook een recente casus heeft gehad hebben zij een werkinstructie opgesteld. Deze werkinstructie is ter informatie meegestuurd met de notulen. Hiernaast worden momenteel de Landelijke Ambulance Protocollen aangepast. Voor dit specifieke onderwerp kan later ook de focusgroep worden geconsulteerd.

0 reacties
Reacties

Nog geen reacties.

Reageer

Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *