Als Mobiel Medisch Team willen wij uit de ivoren toren komen

16 januari 2018

Anesthesioloog Marcel de Leeuw (49) is sinds 2001 verbonden aan het Mobiel Medisch Team (MMT). Vanaf maart 2017 is hij Chief Doctor van de Lifeliner 1.

Hoe kijk je terug op het afgelopen jaar?

Tien maanden geleden heb ik het stokje overgenomen van Herman Christiaans die jaren een enorm charismatische chief doctor geweest is van ons team, waar ik als MMT-arts ook onderdeel van uitmaakte. En nu als nieuwe chief doctor, krijg je natuurlijk weer een andere stroming van werken, omdat ik de nuance net wat anders plaats dan Herman. Ik focus mij op dit moment op de, door het MMT geleverde, kwaliteit van de complexe prehospitale hulpverlening (onze kerntaak). Ons werk is redelijk solistisch. We hebben 24-7 dienst met vier teamleden, die elk een aparte rol hebben en hulp verlenen naar beste vermogen en goeddunken. Maar een goede infrastructuur om elkaar van feedback te voorzien, hebben we niet. Dat is jammer want onze hulpverlening is complex en risicovol en valt of staat met de juiste besluitvaardigheid. Daarom hebben we vanuit kwaliteitsoverwegingen besloten dit anders te gaan organiseren. Zo organiseerden we in 2017 maandelijks casuïstiekbesprekingen om leerzame ervaringen met elkaar te delen. In 2018 gaan we deze besprekingen ook houden met onze ketenpartners, zoals de ambulance, politie en brandweer. Ook willen we meer met elkaar meevliegen of rijden, zodat we elkaar kunnen zien werken (‘buddydagen’) en de voorkomende kwaliteitsissues met elkaar kunnen bespreken.

En binnen het team?

De rol van de arts is bepalend voor de hulpverlening, we vergaderen dan ook vier keer per jaar hoe we de hulpverlening nog beter en effectiever kunnen maken. We bespreken bijvoorbeeld waarom bij bepaalde cases gekozen is voor vliegen of rijden, overwegingen die belangrijk zijn om te weten zodat we in de toekomst nog sneller ter plaatste te kunnen zijn om levens van patiënten te redden. We spreken af welke interventies belangrijk zijn en onder welke voorwaarden wij deze kunnen en willen uitvoeren. We hebben de dialoog hier over binnen ons team geïntensiveerd, wat onze dienst alleen maar beter maakt. Een ander recent gerealiseerd project is het meenemen van bloed in de helikopter en in ons voertuig waardoor we prehospitaal al bloed kunnen geven aan het slachtoffer. Verbloeding is nog steeds doodsoorzaak nummer één in de traumatologie, dus hoe eerder een patiënt bloed heeft, hoe beter de levensverwachting. Een ander project is bijvoorbeeld onze rol in de grootschalige geneeskundige behandeling in het kader van “terrorismegevolgbestrijding”. Met de ambulancediensten maar ook met de politie en defensie zijn we daarover intensief in gesprek. Geen overbodige luxe gezien de ontwikkelingen van de laatste jaren.

Wat zijn de plannen voor 2018?

Komend jaar komt de focus nog meer te liggen op standard operations procedures (SOP). We willen een interne consensus bereiken over onze manier van werken, deels vliegoperationeel (wat al is uitgekristalliseerd), deels medisch inhoudelijk. Verder willen wij de samenwerking met onze ketenpartners intensiveren, en meer procesgericht denken in plaats van interventie gericht denken. Wij hebben de laatste tweeëntwintig jaar heel wat ervaring opgedaan in het ‘totale pakket’ van complexe, prehospitale hulpverlening. Onze expertise reikt veel verder dan de hoog complexe interventie en wij dragen dan ook de verantwoordelijkheid om hier iets mee te doen. In dat kader moeten wij uit de ‘ivoren toren’ komen en meer in gesprek gaan met onze ketenpartners. Wat verwachten wij van elkaar? Waar zit de kracht van de afzonderlijke partners? Want uiteindelijk gaat het maar om één ding en dat is de totale kwaliteit van de geleverde zorg op straat.

Marcel de LeeuwEn hoe zit het met terrorismegevolgbestrijding?

Tijdens de besprekingen hebben we het over de rol van het MMT. Wat er van ons verwacht wordt en wat we mogen doen op welke plek. Afhankelijk van de veiligheidsissues. Bij een terreuraanval onderscheiden we namelijk zones waarbinnen wel of niet geopereerd mag worden:

  • de rode zone waarbinnen alleen de politie en de dienst speciale interventies actief zijn; waar de dader of schutter zich bevindt.
  • de warme zone, waarbinnen er gesproken wordt van een ‘relatieve veiligheid’, en waar soms toch de medische hulpverlening actief is of wordt opgestart;
  • de koude zone die volstrekt veilig is en waar de meeste medische hulpverlening wordt gegeven, en waar traditioneel het MMT gepositioneerd wordt.

Die zones zijn dynamisch en dat kan een dilemma vormen. Wanneer de eigen veiligheid van het MMT niet gegarandeerd kan worden, is het sterk af te raden om tijdens een terreuraanslag in deze zones actief te zijn. Want als de arts zelf getroffen wordt, kan hij of zij geen hulp meer verlenen. Maar om met je armen over elkaar in de koude zone passief te wachten tot de slachtoffers naar je toe gebracht worden, is ook geen optie. Een meer forward intentie moet ook tot de mogelijkheden behoren, maar dan wel onder de juiste voorwaarden. Dan spreken we over de voorwaarden waarin we in rode/warme zone toch kunnen opereren als MMT en ambulance. Dat kan betekenen dat er aanpassingen aan onze standaarduitrusting moet komen (helm, vesten), en dat vereist ook weer een speciale training. Ik vind het een waardevolle discussie, dat je met elkaar gaat bepalen waar je het best inzetbaar bent.

Meer overleg leidt tot een betere samenwerking?

De toegankelijkheid van het MMT is de laatste jaren in mijn ogen suboptimaal geweest en dat wil ik graag veranderen. Niet alleen binnen, maar ook buiten het ziekenhuis moeten we dus uit onze ‘ivoren toren’ komen. Wij waren altijd de uitverkoren groep maar in de totale dienstverlening zijn we niet meer dan een schakel. In 2017 zijn we daarom wat meer de ‘boer op gegaan’ om op locatie te praten met onze samenwerkende partners (hoofden van meldkamers en medisch managers van veiligheidsregio’s). We discussiëren, sparren en oefenen samen. Als MMT hebben we niet alle wijsheid in pacht, we willen ons graag kwetsbaar opstellen en openstellen voor feedback. Het stroomlijnen van wederzijdse verwachtingen is bijvoorbeeld heel belangrijk. Dat kan alleen als je buiten je eigen box denkt en ook in de keuken van een ander durft te kijken. In dat opzicht is het belangrijk om onderwerpen die vroeger ‘onder de radar bleven’, voor alle partijen helder te krijgen.

Jullie oefenen samen, wat bijvoorbeeld?

We hebben een simulatie-lab in huis, waar we hele scenario’s van complexe hulpverleningen kunnen draaien. Dan zie je van elkaar terug wat je gedaan hebt. In de (video) debriefing na afloop gaat het vaak om hoe de communicatie en de samenwerking was (non-technical skills). In dat kader nodigen we ook ambulanceteams uit en dat geeft een geweldige spin off.  Je praat samen en leert van elkaar.

Zuinig zijn op elkaar.

Intern wil ik graag mensen enthousiasmeren. Ik wil vertrouwen geven aan mijn team, bijvoorbeeld door te vragen of ze een bepaald project willen doen. Ik wil graag een vinger aan de pols houden, van mensen weten hoe ze erin staan en of ze hulp nodig hebben. Verder wil ik vooral besluitvaardig zijn. Niet te veel een poldermodel in het MMT, te veel meningen en discussiepunten leiden tot vertragingen. De tijd dat iedereen altijd overal een mening over heeft, daar zijn we wel klaar mee. 2018 wordt het jaar van de SOP’s en in 2019 gaan we de kwaliteit monitoren, indicatoren benoemen en er dan met z’n allen bovenop zitten om te kijken of het goed geregeld is. Werken voor het MMT is een beetje als voetballen in de champions league.  Het is het mooiste beroep wat er is, maar je moet er wel zelf in investeren, soms meer dan je contractueel verplicht bent. We maken lange dagen, maken veel mee en moeten daarom zuinig op elkaar zijn. Gezien de enorme toename in inzetfrequentie is het belangrijk om elkaar te blijven volgen in de fysieke en vooral mentale ‘fitheid’ om dit werk, vaak onder hoogspanning, naar behoren uit te kunnen blijven oefenen. Ook dit aspect gaat veel aandacht krijgen de komende jaren. Kortom, er is nog genoeg werk te doen!

1 reactie
Reacties
  • Reageer

    Hallo,
    In het artikel lees ik over maandelijkse casuïstiekbesprekingen, is het mogelijk om deze bij te wonen als SEH verpleegkundige?

Reageer

Laat een reactie achter aan Maurice Andringa Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *