Evaluatie oefening Terrorismegevolg bestrijding in Amsterdam (8 november)

29 november 2017

Op 8 november heeft de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland een grote oefening georganiseerd met als scenario een terroristische aanslag. Binnen de veiligheidsregio hebben de gemeente, politie, Openbaar Ministerie, brandweer en de GHOR deelgenomen aan de oefening. Ook de Dienst Speciale Interventies (DSI) en Defensie hebben mee geoefend op de incidentlocatie. Vanuit GHOR Amsterdam-Amstelland is het initiatief genomen om de oefening verder te organiseren tot op het niveau van de acute zorgpartners.

Doel van de oefening is om op operationeel-tactisch niveau in kaart te brengen of de geneeskundige hulpverlening in de regio Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland is voorbereid op terrorismegevolgbestrijding en de dreiging daarop. Daarbij wordt aandacht besteed aan de hele keten van geneeskundige hulpverlening, ook buiten de regio. De ketenoefening vindt plaats op 8 november en richt zich op twee hoofd ketendoelen:

  1. Testen of de gewondenspreiding verloopt zoals beschreven in de procedure bovenregionaal gewondenspreidingsplan Noord Holland – Flevoland
    Subdoel: Hoe verloopt de samenwerking tussen de meldkamers ambulancezorg (MKA’s) en de betrokken ziekenhuizen?
  1. Testen of de informatie-uitwisseling op netcentrische wijze binnen de witte kolom verloopt zoals beschreven in de procedure netcentrisch informatiedeling LCMS-GZ
    Subdoel: Hoe verloopt de samenwerking tussen het hoofd Informatie (HIN) en de informatiecoördinatoren (ICo’s) van de zorginstellingen?

Verbeterpunten

Uit de evaluatie komen voor zowel het bovenregionaal gewondenspreidingsplan als de netcentrische informatiedeling een aantal verbeterpunten naar voren.

Verbeterpunten Bovenregionaal Gewondenspreidingsplan

Naar voren komt dat de meldkamer Amsterdam-Amstelland ondersneeuwt in 112-meldingen waardoor de “1e-bedienplaats” niet de rol van calamiteiten coördinator op zich kan nemen. Het gevolg hiervan is dat de centralist niet tot afstemming komt met de taakverantwoordelijke Vervoer en ook niet met de buddy-meldkamer in Haarlem. Hierdoor komt het opgestelde spreidingsplan voor de slachtoffers van de incidentlocatie niet van de grond. De buddy-meldkamer was onderbezet tijdens de oefening waardoor de uitvraag naar de ziekenhuizen niet conform het bovenregionaal gewondenspreidingsplan is uitgevoerd. De uitvraag betreft de volgende vragen:

  1. hoeveel slachtoffers de ziekenhuizen met hun actuele behandelcapaciteit op kunnen vangen;
  2. hoeveel extra behandelcapaciteit de ziekenhuizen beschikbaar zouden kunnen maken bij een eventuele opschaling (ZiROP);
  3. de snelheid waarmee eventueel de benodigde extra behandelcapaciteit na opschaling (ZiROP) van de ziekenhuizen beschikbaar is.

Er is onduidelijkheid over de wijze van uitvragen bij de ziekenhuizen: alle drie de vragen in één keer en wie belt wie terug voor de benodigde informatie.

Algemene conclusie is dat er binnen de RAV’en prioriteit gegeven moet worden aan het beoefenen van de gewondenspreidingsstappen zoals opgenomen in het bovenregionaal gewondenspreidingsplan. Ook wordt geadviseerd om binnen de meldkamers na te denken over een duidelijke command and control-structuur tijdens een incident. Tijdens de evaluatiebijeenkomst is het idee geopperd om,  uitgaande van de incidentlocatie, bij de uitvraag van de Level 2 en Level 3-ziekenhuizen ringen te hanteren. Hiermee wordt bedoeld om de ziekenhuizen vallende onder de binnenste ring als eerste te bellen. Dit scheelt tijd en eer de buddymeldkamer alle Level 2 en Level 3-ziekenhuizen bevraagt heeft is de informatie reeds verouderd. De adviezen worden meegenomen naar het projectteam die verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het bovenregionaal gewondenspreidingsplan.

De oefening heeft een aantal duidelijke aanknopingspunten voor verbetering van het bovenregionaal gewondenspreidingsplan zichtbaar gemaakt. Een mooie nulmeting om het plan verder te optimaliseren alsmede prioriteit te geven aan het belang van het continue oefenen van het proces alarmering en uitvraag.

Verbeterpunten Netcentrische Informatiedeling (LCMS-GZ)

Volgens procedure  alarmeert het hoofd Informatie (HIN) van de GHOR  de zorginstellingen per sms over het starten van het proces netcentrische informatiedeling. De informatie coördinator en 24/7 contactpersonen van de ziekenhuizen ontvangen een sms met daarin de instructies voor het inzien van de activiteit in LCMS-GZ. De waarnemingsverslagen laten zien dat, de informatie coördinatoren en 24/7 contactpersonen in de oefening, de sms hebben ontvangen. Een enkeling is vergeten om direct de contactgegevens van de 24/7 contactpersonen in LCMS-GZ in te vullen, dit is kort daarna hersteld. Ook is de HIN vergeten om het actuele situatiebeeld van LCMS in de multi-omgeving (brandweer, politie en GHOR) te koppelen voor LCMS-GZ. Het gevolg hiervan is dat de zorginstellingen kozen om zonder beeld of nabellen bij de GHOR/Meldkamer hun te ZiROP activeren. Het situatiebeeld kwam ongeveer na twee uur beschikbaar en had de crisisteams van de zorginstellingen zeker kunnen ondersteunen bij hun beeld, oordeel en besluitvorming.

De volgende onderwerpen en bevindingen werden tijdens de evaluatie besproken:

  • Onduidelijkheid over afspraken opschaling/afschaling
    Er zijn wel afspraken gemaakt over op- en afschaling maar dit is niet bekend bij de informatiecoördinatoren (ICo) van de zorginstellingen. Er is ook geen brondocument om dit op te zoeken.
  • Onbekendheid met de essentie van netcentrische informatiedeling
    Het systeem LCMS-GZ is gebaseerd op het samenstellen van een gedeeld beeld op basis van actuele, geverifieerde en relevante informatie zodat gedegen besluitvorming plaats kan vinden. Dit blijkt onvoldoende bekend te zijn bij de ICo’s. Kortom, functionarissen weten onvoldoende waarom ze een bepaalde werkwijze hanteren.
  • Besluitvorming eenzijdig op basis van informatie uit LCMS-GZ
    Dit is niet conform afspraak. Zo is een aantal ziekenhuizen opgeschaald op basis van het slachtofferbeeld in LCMS-GZ. Dit is niet de bedoeling. Opschaling hoort plaats te vinden in afstemming met de meldkamer en op basis van de gewondenspreiding. Ziekenhuizen lopen anders het risico dat ze voor niets opschalen.
  • Behoefte aan het structureren van de informatie in LCMS-GZ
    Er is behoefte aan meer richtlijnen voor een heldere informatiestructuur voor schrijvers en lezers. De bestaande richtlijnen zijn onbekend bij schrijver en lezers. Er is geen bron document aanwezig waar de afspraken zijn na te lezen.
  • Beperkingen van het systeem LCMS-GZ
    Systeem beperkingen zijn opgemerkt. Er is geen vaste plaats waar men kan controleren of waar systeembeperkingen bekend zijn, waar men ze kan melden en welke acties al ondernomen zijn. Wijzigingen in de tabbladen worden wel aangegeven maar het is niet te zien waar de tekstuele wijzigingen zich precies bevinden.

Conclusie uit de evaluatie is wel dat er een bronprotocol voor de informatiecoördinatoren ontwikkeld moet worden waarin bovenstaande bevindingen worden meegenomen. Ook is het idee geopperd om LCMS-GZ in te richten op basis van de zeven vormen van disbalans om te voorkomen dat iedere zorginstelling een eigen lay-out voor de informatiedeling richting de GHOR gaat ontwikkelen. Deze lay-out zal moeten gelden voor alle instellingen binnen de ROAZ-regio’s van VUmc en AMC.

 

0 reacties
Reacties

Nog geen reacties.

Reageer

Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *