Jaarrapport Patiëntenstromen 2013 – 2016 gepubliceerd

20 juli 2017

Het hoofddoel van het ROAZ en de Netwerken is het borgen en optimaliseren van de regionale beschikbaarheid, de bereikbaarheid en kwaliteit van de spoedeisende ketenzorg. Hiervoor dient het ROAZ o.a. het volgende in te kaart brengen:

  • Acute zorgaanbod in de regio, en;
  • (daaruit volgende) witte vlekken in bereikbaarheid en (structurele) beschikbaarheid.

Bij veranderingen in zorgvraag of -aanbod, bijvoorbeeld door fusies, verhuizingen of concentratie van zorg, kunnen mogelijk witte vlekken ontstaan in de regionale bereikbaarheid, beschikbaarheid of kwaliteit van de acute zorg. Hier kan het ROAZ op anticiperen door periodiek zorgvraag en -aanbod in kaart te brengen en af te stemmen.

De doelstelling van het jaarlijkse project patiëntenstromen is het in kaart brengen van de primaire patiëntenstromen binnen de spoedzorgketen in Noord-Holland en Flevoland. Door dit onderzoek jaarlijks te herhalen, ontstaat een beeld van de regionale patiëntenstromen over de tijd, verschuivingen/trends hierin en komen mogelijke verbeterpunten aan het licht. Voor het project hebben wij voor de verschillende typen ketenpartners een vragenlijst ontwikkeld. Lees hieronder de belangrijkste conclusies en hier het gehele rapport.

Totale aanbod

Bij de SEH’s nam het patiëntenaanbod in de periode 2013-2016 iets af met -2,7%, terwijl het aantal patiënten bij de RAV’s en HAP’s sterk toenam met ongeveer 15%. In vergelijking met 2015 was er in 2016 juist weer een kleine toename zichtbaar in het patiëntenaanbod bij de SEH’s (+0,5%). Tussen de veiligheidsregio’s werden hierin echter aanzienlijke verschillen waargenomen. Deze bevindingen sluiten goed aan bij landelijke trends en (beleids)ontwikkelingen: de zorgconsumptie is gestegen, (complexe) zorg is verder geconcentreerd en laag-complexe zorg is deels verplaatst van 2e naar 1e lijn (verhoging eigen risico, substitutie en samenwerking triage HAP/SEH).

Leeftijd

Bij de SEH’s nam het aantal en aandeel patiënten van 75 jaar of ouder licht toe in de periode 2013-2016 met +2,8%. De sterkte van de stijging varieerde tussen veiligheidsregio’s. De toename van het aandeel ouderen bij de SEH’s lijkt groter dan wat men zou verwachten o.b.v. de demografische ontwikkelingen (CBS, 2017). Mogelijk spelen landelijk ingezette beleidsveranderingen hier een rol in (bijv. ambulantisering ouderenzorg). Bij de RAV’s en HAP’s werd in de periode 2013-2016 eigenlijk geen verandering waargenomen in het aandeel patiënten van 75 jaar of ouder. Wel werden hierbij verschillen waargenomen tussen veiligheidsregio’s. Ook opvallend was de variatie in het totale aandeel patiënten van 75 jaar of ouder per veiligheidsregio voor bij de SEH’s (±13% tot 22%), RAV’s (±24% tot 42%) en HAP’s (±12 tot 16%).

Urgentie

In de periode 2013-2016 nam het aandeel SEH-patiënten in de 3 meest spoedeisende categorieën toe met ongeveer 10%, terwijl het aandeel in de 2 minst urgente categorieën afnam. Bij de HAP’s was er een identieke trend zichtbaar. Bij de RAV’s namen over de periode 2013-2016 de aantallen van alle typen ritten toe (A1, A2 en B-ritten). Alleen het aandeel A2-ritten is hierbinnen iets gestegen. Bij de SEH’s, RAV’s en HAP’s was er bij uitsplitsing op veiligheidsregio variatie zichtbaar in de sterkte van de daling(en)/stijging(en) en in het aandeel van de verschillende urgentiecategorieën. Deels zijn de trends verklaarbaar door (veranderingen in) het gebruik van verschillende triagesystemen en gezamenlijke triage SEH/HAP. De trend bij de HAP’s werd recentelijk ook al waargenomen in landelijk onderzoek (NIVEL, 2017). Als mogelijke verklaring schrijven de onderzoekers:

“Deze bevindingen roepen de vraag op wat de oorzaken zijn van de hogere inschatting van de urgentie. Mogelijk is er meer aandacht bij huisartsenposten om calamiteiten te voorkomen. Ook de wijze waarop wordt gewerkt met geprotocolleerde triage zou een rol kunnen spelen.”

Het aandeel zelfverwijzers is in de periode 2013-2016 sterk gedaald, terwijl het aantal verwijzingen via 112/RAV en via huisarts juist toenam. Ook deze trends passen bij de eerder genoemde landelijke beleidsontwikkelingen, bijvoorbeeld de intensievere samenwerking tussen HAP’s en SEH’s op het gebied van triage. Zelfverwijzers vormden in 2016 met 31,6% nog steeds een grote groep patiënten die instromen naar de SEH’s. Dit percentage is ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde van 30% uit 2014 (Gakeer et al., 2014). Het percentage zelfverwijzers varieerde echter sterk tussen de regio’s, en bleek met name hoog te liggen in Groot-Amsterdam.Instroom (SEH’s)

Uitstroom (SEH’s)

Ongeveer tweederde van de SEH-bezoekers kon direct na een SEH-bezoek naar huis. Dit aandeel bleef over de periode 2013-2016 relatief constant, terwijl het aandeel interne opnames licht steeg. Deze trend was grotendeels zichtbaar in alle veiligheidsregio’s. Bij de uitstroom waren er tussen de veiligheidsregio’s wel aanzienlijke verschillen zichtbaar in het aandeel patiënten dat na het SEH-bezoek direct naar huis kon, of intern werd opgenomen. De eerder benoemde stijging in het aandeel ouderen (>75 jaar) en/of meer spoedeisende patiënten (U1-U3) op de SEH’s zou een mogelijke verklaring kunnen zijn. Complexe en/of ouderen worden gemiddeld  vaker (her)opgenomen (Samaras et al., 2010; Ackroyd-Stolarz et al., 2011).

Lees hier het gehele rapport

0 reacties
Reacties

Nog geen reacties.

Reageer

Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *