Stage-onderzoek naar de invulling van OTO-plannen

20 juni 2017

Mijn naam is Jelmer van Seggelen, Masterstudent BCO (Beleid, Communicatie & Organisatie) aan de Vrije Universiteit. In het kader van mijn masterstage heb ik een onderzoek uitgevoerd naar de invulling van Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) activiteiten door zorgorganisaties binnen het Netwerk Acute Zorg Noordwest. OTO activiteiten zijn erop gericht om ziekenhuizen zo goed mogelijk voor te bereiden op mogelijke crisissituaties, zowel binnen als buiten het ziekenhuis. Elk jaar stellen de zorgorganisaties in de regio een OTO document op met daarin alle OTO activiteiten voor het komende jaar. Daarnaast zijn zij zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de evaluatie van deze activiteiten.

Onderzoeksvraag

Tot op heden was er onduidelijkheid welke overwegingen er komen kijken bij het opstellen van deze OTO documenten, en of deze overwegingen verschillen per ziekenhuis. Verder is er weinig bekend over hoe ziekenhuizen bepalen welke activiteiten prioriteit zouden moeten krijgen in het komende jaar. De afdeling Organisatiewetenschappen van de VU vond dit een interessant vraagstuk en zo is de samenwerking tussen het NAZNW en Organisatiewetenschappen tot stand gekomen. Onder begeleiding van dr. J.J. Wolbers en dr. C. Brouwers ben ik de afgelopen weken op zoek gegaan naar een antwoord op de vragen: Hoe geeft men invulling en betekenis aan de OTO plannen, wat is een effectieve voorbereiding en hoe weet men dat men aantoonbaar voorbereid is op een crisissituatie?

Uitvoer en resultaten van het onderzoek

Om deze vragen te beantwoorden hebben we interviews gehouden met de OTO coördinatoren in de ziekenhuizen in de regio Noordwest. De resultaten van deze interviews hebben we gecombineerd met het analyseren van de gemaakte OTO plannen per ziekenhuis. De resultaten van de interviews toonden aan dat binnen het kader van Opleiden, Trainen en oefenen op uiteenlopende manieren wordt omgegaan met crisistraining en dat er onderling grote verschillen bestaan bij het voorbereiden op crisissituaties. Een van de belangrijke punten van aandacht is dat er twee verschillende punten van focus lijken te zijn qua opleiden, één focus op het breed opleiden, met een klein team, dat breed inzetbaar is, tegenover een focus met een breed team, waarbij het aantal rollen groot is, en er dus wordt gekozen voor méér mensen opleiden voor méér posities. Vanzelfsprekend vormen deze focuspunten de twee uitersten en is er sprake van een continuüm waarbij sommige ziekenhuizen ook een middenweg kiezen. De keuze voor een bepaalde focus lijkt  voornamelijk bepaald te worden door de organisatorische context en persoonlijke werkervaring van de OTO coördinatoren. Beide punten van focus brengen voordelen en nadelen met zich mee, want wanneer is je team te klein en heb je niet voldoende overlap of is de rol ten tijde van een crisissituatie te intensief? Of wanneer raak je het overzicht van de getrainde of te trainen sleutelfunctionarissen kwijt en weet je ten tijde van een crisis nog steeds niet op wie je wel of niet kan rekenen? Het onderzoek laat verder ook zien dat het Opleiden, Trainen en Oefenen van sleutelfunctionarissen op te delen valt in twee cycli. De eerste cyclus richt zich op het getraind krijgen van nieuwe sleutelfunctionarissen, de tweede op het getraind en op niveau houden van sleutelfunctionarissen die al langer meedraaien. Wat men ziet is dat de tweede cyclus veel aantrekkelijker is dan de eerste, omdat hier minder middelen aan besteed hoeven te worden, maar er niet genoeg naar de tweede cyclus kan worden overgestapt. Redenen hiervoor zijn een veranderend beleid ten opzichte van OTO en een grote mate van verloop onder de sleutelfunctionarissen.

Voor vragen over dit onderzoek kunt u contact opnemen met jsn311@student.vu.nl

0 reacties
Reacties

Nog geen reacties.

Reageer

Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *