Kan de traumachirurgie in de regio, grote rampen zoals Brussel en Parijs aan?

15 maart 2016

Situatie en knelpunten
Wat als er zo’n aanslag als in Brussel en Parijs in bijvoorbeeld Amsterdam zou plaatsvinden? Zijn we daar dan voldoende voor geoutilleerd? Ira Helsloot, hoogleraar Besturen van Veiligheid, stelde in november 2015 dat Nederland niet voorbereid is op aanslagen zoals in Parijs. Hij ging vooral in op de beddencapaciteit in ziekenhuizen, vervoerscapaciteit en hulp ter plaatse. Maar er speelt nog een ander probleem. Binnen de traumachirurgie is er de afgelopen decennia zoveel veranderd, dat er ook traumachirurgisch te weinig capaciteit is voor de grootschalige opvang van slachtoffers met blast injury en penetrerend letsel, zoals we dat bij bomaanslagen zien.

Ten eerste is men binnen de heelkunde steeds meer gaan sub-specialiseren. Een algemene chirurg bestaat bijna niet meer. Na de opleiding chirurgie, gaan de jonge chirurgen zich in jaar 5 en 6 specialiseren in oncologie, gastro-intestinale chirurgie, longchirurgie, traumachirurgie enzovoorts.  In de eerste jaren van de assistentenopleiding loopt iedereen stage op de Spoedeisende Hulp en wordt iedereen ATLS geschoold t.b.v. de traumaopvang van (potentieel) ernstig gewonde patiënten. Maar zodra een chirurg alleen nog maar hernia’s of appendicitissen opereert, zijn de vaardigheden van een ATLS opvang in de shockroom, of een operatie van een blast injury of penetrerend letsel, snel weggezakt.

Daarnaast heeft men in de jaren ’90 besloten tot een levelindeling traumazorg, en zijn er ziekenhuizen aangewezen als level 3 (basis), level 2 (profiel) en level 1 (volledig). In het landelijk ambulanceprotocol staat beschreven welke soort traumapatiënten naar een level 3 kunnen, welke naar een level 2 kunnen en welke patiënten naar een level 1 zouden moeten. De triage hiervoor vindt plaats op de plek van het ongeval en is gebaseerd op RTS, GCS en een aantal specifieke (zichtbare) letsels. Dit betekent dat de exposure voor traumachirurgen in level 2 en 3 ziekenhuizen, voor instabiele patiënten en bepaald traumatisch letsel erg laag is geworden. Daarbij moet wel opgemerkt worden, dat er nog steeds wel een kleine kans is dat een ernstige traumapatiënt in een level 2 of 3 ziekenhuis binnenkomt. Hetzij door burgervervoer, hetzij omdat de ambulanceverpleegkundige het nodig vindt om eerst te stabiliseren, alvorens verder te rijden naar een level 1 traumacentrum.

Ten tijde van de dienstplicht, kregen alle dienstplichtige artsen een opleiding in ‘damage control’; dat was in oorlogssituaties immers nuttig. Met die tijd steeds verder achter ons, zijn er dus minder ander-soortige artsen, opgeleid in ‘damage control’.

En wie heeft de tijd nog meegemaakt van de ‘Bescherming Bevolking’? Naast de enorme hoeveelheid vrijwilligers die ten tijde van een ramp brandweer-, eerste hulp- en een reddingsdiensten konden bemannen, hielden zij ook complete OK-sets in voorraad op diverse plekken in Nederland. Ziekenhuisvoorraden zijn omwille van de kosten niet groter dan nodig, en het is afhankelijk van de afspraken tussen een individueel ziekenhuis en leverancier, hoe snel er extra voorraden geleverd kunnen worden. Dus naast het personele probleem in met name in kennis en kunde, is het ook de vraag hoe snel we door OK-voorraden heen zijn bij rampen met veel blast injury en penetrerend letsel.

En zoals Helsloot al terecht opmerkte, is er door fusies, concentratie, lateralisatie en een hogere bedbezetting in ziekenhuizen, gewoonweg minder beddencapaciteit om de slachtoffers een plekje te kunnen geven. Het calamiteitenhospitaal in Utrecht heeft buffercapaciteit, maar ook daar is kundig personeel voor nodig.

Mogelijke oplossingen
De grootste bottleneck zit ‘m in voldoende chirurgen, kundig in de opvang en behandeling van ernstig gewonde slachtoffers. Traumachirurgen uit level 2 en 3 ziekenhuizen zouden omwille van hun lage exposure aan met name damage control, regelmatig moeten trainen. Dit is tevens waardevol voor de dagdagelijkse situatie, waarin er ook een kleine kans bestaat dat een ernstige traumapatiënt op hun spoedeisende hulp binnenkomt.
De kennis die oudste assistenten hebben verworven ten aanzien van de traumachirurgie, zouden ze ‘verplicht’ een paar jaar moeten bijhouden, voordat ze volledig gespecialiseerd zijn in een ander vakgebied. Dit vergroot de pool van chirurgen die (nog) vaardig zijn in ATLS en damage control, wat nodig is om een grote ramp zoals Brussel of Parijs aan te kunnen. Maar laten we hopen dat het niet nodig is…

Auteurs: Drs. W.P. Zuidema MD en Drs. E.J. Toor

0 reacties
Reacties

Nog geen reacties.

Reageer

Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *