‘Afschaffen keurmerken brengt transparantie ziekenhuizen in het geding’

12 september 2019

Onlangs maakte Noordwest Ziekenhuisgroep bekend te stoppen met de keumerken. Het is niet het eerste ziekenhuis dat afstand neemt van keurmerken zoals het roze lintje, kangoeroes, en het vaat-en spataderkeurmerk. Wat vinden de keurmerkenuitgevers van deze ontwikkeling? En hoe zorgen ze dat bepaalde thema’s toch onder de aandacht blijven bij ziekenhuizen?

Op advies van de NFU en de NVZ doen steeds meer ziekenhuizen afstand van keurmerken. Dit moet leiden tot minder regeldruk en administratielast onder artsen en verpleegkundigen, zodat er meer tijd vrijkomt voor patiëntgerichte zorg. Daarnaast voerden veel ziekenhuizen dezelfde keurmerken, waardoor het onderscheidend vermogen is verdwenen. Deze ontwikkeling roept vragen op over de risico’s die het met zich meebrengt voor de kwaliteit van zorg.

Te weinig draagvlak

In juli 2019 is het Roze Lintje voor de laatste keer uitgegeven aan ziekenhuizen, vertelt Hans van Laarhoven, directeur van Borstkankervereniging Nederland (BVN). ‘Als ziekenhuizen niet meer willen deelnemen kunnen we geen compleet beeld meer geven van de zorg voor borstkanker. Na het bericht van de NFU en NVZ zijn zo’n tien à vijftien ziekenhuizen uit zichzelf gestopt, maar uiteindelijk hebben wij als patiëntenvereniging zelf besloten om het keurmerk niet meer uit te geven, bij gebrek aan draagvlak. Dus ja, Noordwest Ziekenhuisgroep kón ook niet meer met ons verder gaan. Daar komt bij dat het natuurlijk een zekere vorm van dienstverlening blijft. Ziekenhuizen betaalden voor het onderzoek om eventueel het Roze Lintje te krijgen. Met een te klein aantal deelnemers staan op een gegeven moment de inkomsten niet meer in verhouding met de uitgaven’.

‘Betere instrumenten denkbaar’

Niet voor alle keurmerken geldt dat het stoppen een financiële kwestie is. Anke Vervoord, directeur bij de Hartenraad, benadrukt dat dat keurmerken hun nut hebben bewezen. ‘Maar met alle ontwikkelingen en de kennis van nu, zijn er misschien betere instrumenten denkbaar. Patiënten vragen ons zo vaak waar ze terecht kunnen voor de beste zorg. Ziekenhuizen voeren als argument op dat keurmerken geen onderscheidende waarde meer hebben, maar daar waren ze ook nooit voor bedoeld. Het gaat erom dat we de beste patiëntgerichte zorg kunnen bieden, die kwaliteit is misschien ook op een andere manier aan te tonen’.

Handig hulpmiddel voor scholing

Dat de keurmerken in eerste instantie niet bedoeld waren als onderscheidend vermogen, erkent ook Jacobien Wagemaker, coördinator van het Neokeurmerkprogramma. Echter twijfelt zij niet aan het bestaansrecht van keurmerken als meetinstrument. ‘Ik blijf me verwonderen over hoe het allemaal is gelopen na die boodschap van de NVZ en de NFU. Wij als Vereniging van Ouders van Couveusekinderen zijn van 2009 tot 2012 bezig geweest met het opstellen van de criteria. Dat zou moeten leiden tot een certificaat waar in de praktijk mee gewerkt kon worden. En nu wordt dat opeens teruggegooid. Zo van, ‘we schaffen de keurmerken maar af want we kunnen ons daar niet meer op onderscheiden’. Dan heb je het niet begrepen. Het gaat namelijk helemaal niet om onderscheiden, het gaat om de kwaliteit van zorg kunnen waarborgen. Die criteria van zo’n keurmerk kunnen een handig hulpmiddel zijn, bijvoorbeeld bij scholing’.

Transparantie in het geding

‘Zeer ondoordacht’, noemt Van Laarhoven het besluit van ziekenhuizen om niet meer verder te willen gaan met de keurmerken. Het brengt nodige risico’s met zich mee, benadrukt hij. ‘Met name een verlies aan nuttige informatie, wat de transparantie van het ziekenhuis als geheel in het geding brengt. De keurmerken zorgen ervoor dat je een compleet beeld kan geven van de ziekenhuiszorg. Dat helpt mensen zich goed te laten informeren en goed doordachte keuzes te kunnen maken. Als je daarmee stopt krijg je een incompleet beeld en is vergelijken niet goed meer mogelijk’.

Argument registratielast ‘ongegrond’

Het argument over de registratielast vindt Van Laarhoven ook ongegrond. ‘Er was helemaal geen registratielast. Wij als patiëntenvereniging verzamelden die gegevens. Binnen de zorg moeten inderdaad veel zinloze vinkjes gezet worden, bijvoorbeeld de ‘minutenregistratie’. Maar dit is van totaal andere orde, het gaat hierbij om waardevol vergelijkingsmateriaal’. Wagemaker vindt de discussie rondom registratielast eveneens niet terecht. ‘Wij gebruiken zelfevaluatietrajecten die zorgorganisaties helpen om inhoudelijk beter te worden. Als verpleegkundige weet ik hoeveel er binnen ziekenhuizen geregistreerd wordt dat niets te maken heeft met de kwaliteit van zorg. Dat is overbodig, ja. Maar het is zuur dat deze registratie, die wel als doel heeft de kwaliteit van zorg te verbeteren, als ‘registratielast’ wordt weggezet. Dit betreft juist het primaire proces’.

‘Evaluatietrajectverbetering’

Van Laarhoven geeft aan dat BVN, ondanks de situatie, bezig blijft met het waarborgen van kwaliteit. ‘Dat is natuurlijk ook onze opdracht als belangenbehartiger voor patiënten. We gaan kijken of we een nieuw instrument kunnen ontwikkelen waarmee de kwaliteit van borstkankerzorg transparant gemaakt kan worden. Hiervoor zullen we samenwerking zoeken met ziekenhuizen en andere partijen’.

Ook binnen het Neokeurmerkprogramma wordt nagedacht over andere oplossingen. Wagemaker: ‘Op dit moment zijn we de punt op de i aan het zetten van de revisie van het Kwaliteitskader. Nu zijn de criteria verbreed naar ‘Geboortezorg en Neonatologie’; over de afdelingen heen werkt men volgens dezelfde criteria. Dit is verder vertaald in een scholing van zelfevaluatie en kwaliteitsverbetering met accreditatie voor deelnemers. Gelukkig staat het eerste ziekenhuis nu al klaar om met ons aan de slag te gaan in een scholingstraject en zijn we met een tweede in gesprek. Het gaat ons namelijk niet om het keurmerk zelf, maar dat er toegewerkt wordt naar een betere praktijk voor de klant: zwangere, moeder met baby en familie. Er is nog een wereld te winnen’.

Bron: Zorgvisie

Deel bericht: