Afspraken traumazorg niet realistisch

26 juli 2017

Volgens Zorginstituut Nederland (ZiN) moet 90 procent van de ernstig gewonde patiënten rechtstreeks naar een hooggespecialiseerd ziekenhuis worden vervoerd. Maar geen van de regio’s in Nederland voldoet aan die norm, aldus vier onderzoekers werkzaam in de acute zorg in de regio’s Zwolle, Euregio en Brabant.

Epidemiologen Nancy ter Bogt en Mariska de Jongh en onderzoekers Danique Hesselink en Rolf Egberink zijn nagegaan wat de oorzaak is van die variatie. Ze bekeken in hoeverre de level-1-criteria aanwezig waren bij de patiënten die later een multitraumapatiënt bleken te zijn. De onderzoekers hebben gebruikgemaakt van een database met 47.218 traumapatiënten in de Landelijke Trauma Registratie uit de acute zorgregio’s van Zwolle, Euregio (Enschede) en Brabant (periode 2012-2014).

Verschillende criteria

De norm om 90 procent van de multitraumapatiënten in een level-1-centrum onder te brengen is een goed streven, maar blijkt in de praktijk lastig, volgens de onderzoekers. Als eerste constateren zij dat er op twee verschillende manieren wordt vastgesteld wat precies ‘ernstig gewond’ of multitrauma’ is. Gebeurt er een ongeluk, dan maakt een ambulanceverpleegkundige ter plaatse een inschatting op basis van het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) of de patiënt naar een level 1 gaat dan wel naar een ander ziekenhuis wordt vervoerd. Of de patiënt daadwerkelijk ‘ernstig gewond’ of ‘multitrauma’ is en in het juiste ziekenhuis terecht is gekomen, wordt in het ziekenhuis achteraf bepaald op basis van een ander instrument: de Abbreviated Injury Scale (AIS). Patiënten met een letselscore (ISS) van >15 zijn multitrauma.
‘Daar gaat dus iets mis’, zegt Egberink, een van de onderzoekers in een toelichting. ‘Hier worden in de praktijk twee verschillende sets aan criteria gehanteerd. Het ambulancepersoneel handelt grotendeels volgens het protocol, alleen lijkt het protocol niet altijd afdoende om een juiste inschatting te maken of het om multitrauma gaat.’

Ter Bogt, Egberink en de andere onderzoekers vinden dat de afspraken in de traumazorg moeten  worden aangepast. ‘We pleiten ervoor dat de evaluatie of een patiënt in het juiste ziekenhuis is gekomen aan de hand van dezelfde criteria gebeurt als op basis waarvan eerder op straat de beslissing is genomen. Waarschijnlijk moeten die criteria ook herzien worden.’

Reisafstand
De onderzoekers denken dat de eerdergenoemde regionale verschillen mogelijk worden veroorzaakt door factoren als de reisafstand tot het level-1-traumacentrum, regionale afspraken, de grootte van de regio of de verhouding level-1-traumacentrum versus regionale ziekenhuizen.

En er zijn meer verbeterpunten. Ambulancepersoneel krijgt nu over het algemeen geen terugkoppeling over de uiteindelijk gestelde diagnose. Zij weten daardoor niet of het al dan niet terecht was dat zij bijvoorbeeld een slachtoffer van een verkeersongeval niet bij een level-1-ziekenhuis hebben afgeleverd. Structurele terugkoppeling van de letselernst kan ertoe leiden dat de ambulanceverpleegkundige op straat een betere inschatting kan maken, stellen Ter Bogt c.s.

Is een ernstig gewonde patiënt inderdaad beter af in een level-1-ziekenhuis? De literatuur zegt van wel. Het zou voor de herstelkansen van een ernstig gewonde patiënt beter zijn om direct naar een level-1-centrum te rijden, ook als de reistijd langer is. Maar de kennis hierover is grotendeels gebaseerd op Amerikaans onderzoek, zegt Egberink. ‘De VS is een ander land, onder meer met grotere afstanden. Door de korte reistijd in Nederland komen ernstig gewonde patiënten in de ziekenhuizen die in Amerika wellicht niet levend het ziekenhuis bereiken.’ De onderzoekers pleiten dan ook voor transparantie van cijfers en onderzoek in de Nederlandse context.

Volumenorm

Deze kwestie speelt tegen de achtergrond van andere belangen. Wil een ziekenhuis aanspraak kunnen blijven maken op de titel ‘level-1’, dan moet het voldoen aan bepaalde voorwaarden. Een daarvan is de volumenorm van 100 multitraumapatiënten per jaar. Deze norm zal naar verwachting bovendien worden verhoogd. De Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie heeft 240 per jaar voorgesteld , maar deze norm is nog niet vastgesteld door ZiN. ‘Deze volumediscussie vertroebelt de zaak’, stelt Egberink. Belangrijk is volgens hem dat ‘volume alleen’ niet leidend moet zijn, maar de juiste patiënt op de juiste plaats.

Bron: Medisch Contact

Deel bericht: