Ambulances steeds vaker niet op tijd

18 oktober 2019

Ambulances zijn steeds vaker niet op tijd ter plekke. Het aantal regio’s dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kwalificeert als ‘zorgwekkend’ is toegenomen van drie in 2017 naar zes in 2018. Minister Bruins voor Medische Zorg wil dat de NZa en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) extra toezicht houden op deze probleemregio’s.

Ambulances behoren in ten minste 95 procent van de ernstige meldingen binnen 15 minuten na aanname van de melding aanwezig te zijn. In 2016 constateerde de NZa dat in 17 van de 24 regionale ambulancevoorzieningen (RAV’en) die norm niet is gehaald. In 2017 lukte dat niet in 21 van 24 de RAV’en. Dat valt te lezen in een brief van de NZa aan minister Bruins op 20 september.

Drie regio’s boeken vooruitgang

De NZa heeft de 21 RAV’en met problemen onderverdeeld in drie categorieën. De 3 A-regio’s boeken vooruitgang. De NZa heeft er vertrouwen in dat deze regio’s de norm ‘op termijn’ gaan halen. In de B-regio’s spannen ambulancediensten en zorgverzekeraars zich in om te voldoen aan de norm. Maar de NZa heeft er geen vertrouwen in dat dit op korte termijn gaat lukken. Het aantal B-regio’s nam af van 14 in 2017 tot 12 in 2018.

Probleemregio’s hobbelen achteruit

Het aantal regio’s dat de NZa kwalificeert als ‘zorgwekkend’ is toegenomen van 3 in 2017 naar 6 in 2018. In 5 van die regio’s zijn de responsetijden er fors op achteruit gegaan. De gemiddelde response-scores zijn gedaald van 91,5 procent in 2017 naar 90,5 procent in 2018. Deze regio’s kampen naast een structureel personeelstekort met onvoldoende inzicht in de optimale spreiding en beschikbaarheid van capaciteit. Ook is de sturingsinformatie in deze regio’s ondermaats.

Tijdigheid is een onderdeel van kwaliteit. Maar de NZa waarschuwt dat te sterke focus op ‘op tijd komen’ juist ten koste kan gaan van kwaliteit. Dat is bijvoorbeeld het geval als ambulances wel binnen 15 minuten na melding aanwezig zijn, maar niet met de juiste uitrusting of personeel. Minister Bruins voor Medische Zorg wil dat de NZa en de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) daar extra toezicht op houden in de zes probleemregio’s. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer, voorafgaand aan het Algemene Overleg over acute zorg op 3 oktober. Hij wil dat de NZa en de IGJ een plan opstellen dat waarborgt dat de inzet om de normen te halen niet ten koste gaat van de patiëntveiligheid en kwaliteit van zorg.

Actieplan ambulancezorg

Verder verwijst de minister naar het actieplan ambulancezorg, dat hij eind 2018 heeft gemaakt met de brancheorganisaties Ambulancezorg Nederland (AZN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Daarin staan maatregelen die moeten leiden tot betere responstijden voor spoedeisende ambulancezorg, betere samenwerking in de hele keten van de acute zorg en effectievere inzet van ambulancezorg. ‘Samen met AZN en ZN zet ik hier volop op in’, aldus Bruins.

Seh’s goed bereikbaar

Met de bereikbaarheid van de spoedeisende hulp (seh) van ziekenhuizen is het beter gesteld. De NZa heeft de data van vier ROAZ-regio’s (ROAZ = Regionaal Overleg Acute Zorgketen) over seh-stops geanalyseerd. Als een ziekenhuis een seh-stop afgeeft, is het er zo druk dat ambulances beter door kunnen rijden naar andere ziekenhuizen. De vier regio’s zijn Noord-Holland/Flevoland, Noordwest-Nederland, Midden-Nederland en West-Nederland. Dat zijn de enige regio’s die consequent seh-stops registreren. In gemiddeld 97 procent van de tijd waren de seh’s in deze regio’s toegankelijk. Dat betekent dat er geen seh-stop was. Als er sprake is van levensbedreigende situaties, dan kunnen ambulances altijd terecht op de meeste geschikte seh. Ook al is daar een seh-stop. Dat hebben ziekenhuizen en ambulancediensten afgesproken.

Bron: Zorgvisie

Deel bericht: