Antibioticaresistentie

16 november 2020

Antibioticaresistentie (ABR) is een wereldwijd probleem waar de WHO een mondiaal actieplan voor heeft. De aanpak is een regionale uitdaging. Op dit moment is er behoefte aan verbetering van de samenwerking tussen betrokken partijen in de regio om ABR goed te kunnen bestrijden.

Binnen de regio Noord-Holland en Flevoland zijn twee Regionale ABR-zorgnetwerken actief:

  • Regio Noord-Holland West (omvat de GGD-regio’s Kennemerland, Zaanstreek-Waterland en Hollands Noorden)
  • Regio Noord-Holland Oost/Flevoland (omvat de GGD-regio’s Amsterdam, Gooi en Vechtstreek en Flevoland).

Beide netwerken vallen onder één stuurgroep. De RCT van beide regio’s werken zeer nauw samen. De netwerkcoördinator in deze regio is Ad Olijhoek (aolyhoek@ggdhn.nl). Voor uitgebreide informatie over beide ABR-zorgnetwerken, zie hun gezamenlijke website: www.abrzorgnetwerknhfl.nl

Op deze pagina vindt u algemene informatie over antibioticaresistentie en over de regionale aanpak ervan.

Wat is het?

Wat is antibioticaresistentie?

Steeds meer bacteriën worden ongevoelig voor de werking van antibiotica. Dit verschijnsel wordt antibioticaresistentie genoemd. Het gevolg hiervan is dat ziekten die nu nog eenvoudig te genezen zijn (bijvoorbeeld long- of blaasontsteking) weer levensbedreigend kunnen worden. Antibioticaresistentie is op zichzelf geen ziekte, maar infecties met resistente bacteriën verhogen de kans op overlijden aanzienlijk. Daarom vormt antibioticaresistentie een serieuze bedreiging voor de volksgezondheid.

Sterfte

Ook nu al sterven er mensen aan infecties met resistente bacteriën. De OECD en ECDC hebben ingeschat dat wereldwijd jaarlijks ongeveer 700.000 mensen overlijden als gevolg van antibioticaresistentie, waarvan 25.000 in Europa. Als we nu niets doen, sterven er in 2050 jaarlijks vermoedelijk 10 miljoen mensen door antibioticaresistentie, meer dan door kanker op dit moment.

Hoe ontstaat antibioticaresistentie?

We dragen allemaal miljoenen bacteriën bij ons. De meesten zorgen ervoor dat we gezond blijven, maar er zijn ook bacteriën die ons ziek kunnen maken. Wanneer bacteriën een infectie veroorzaken en het lichaam moeite heeft om zich ertegen te verweren, kunnen antibiotica voorgeschreven worden. Deze doden de bacteriën, of zorgen dat ze zich niet meer kunnen vermenigvuldigen. Ons lichaam kan zich daardoor weer herstellen.

Bacteriën passen zich voortdurend aan nieuwe omstandigheden aan om te kunnen overleven. Wanneer zij regelmatig worden blootgesteld aan antibiotica, bestaat de kans dat ze zich zodanig aanpassen dat antibiotica geen effect meer heeft: de bacteriën worden resistent.  Hoe vaker we antibiotica gebruiken, hoe groter de kans dat bacteriën resistent worden.  Daarom is het erg belangrijk dat artsen alleen antibiotica voorschrijven als het écht nodig is.

Is al die ophef niet wat overdreven?

Nog geen 100 jaar geleden kwamen er in Nederland epidemieën met hoge sterftecijfers voor. Dankzij sanitair, riolering, schoon drinkwater, vaccinaties en antibiotica is daar een einde aan gemaakt. Inmiddels vinden we de goede publieke gezondheid van de Nederlandse bevolking heel normaal.

Toch is een nieuwe epidemie met een hoog sterftecijfer niet ondenkbaar. Doordat in de zorg en in de veeteelt veelvuldig antibiotica worden gebruikt, dreigen steeds meer bacteriën resistent te worden. Ondertussen verergert ook de verspreiding van multiresistente bacteriën die ongevoelig zijn voor de ‘laatste redding’-antibiotica: de zogenoemde carbapenems. Als bacteriën naast alle andere antibiotica ook resistent worden voor carbapenems, dan is er een aanzienlijke kans dat er weer grote aantallen mensen overlijden aan een epidemie, net als vroeger.

Verspreiding

Als je een resistente bacterie bij je draagt, hoef je daar niet zelf ziek van te worden. Zo kun je ongemerkt anderen besmetten. Mensen met een kwetsbare gezondheid, bijvoorbeeld ouderen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van infectie na besmetting. Daarom is goede handhygiëne ook zo belangrijk. Je kunt multiresistente bacteriën onder andere oplopen tijdens opname in een ziekenhuis of door contact met vee.

In veel andere landen in de wereld is het antibioticagebruik veel omvangrijker en komt ook meer antibioticaresistentie voor. Resistente bacteriën houden zich echter niet aan grenzen en verspreiden zich makkelijk door middel van bijvoorbeeld transport en reizigers. Daarom is men in de zorg extra alert als je in het buitenland in een ziekenhuis bent opgenomen geweest en vraagt men hiernaar.

Meer in detail lezen over wat antibioticaresistentie is en hoe het werkt? Download dan hier gratis het Cahier Antibioticaresistentie

Bron: www.ggdghor.nlwww.rivm.nl

Voor meer informatie: www.abrzorgnetwerknhfl.nl

 

Wat kunnen we er tegen doen?

3 principes

Bestrijding van antibioticaresistentie is gebaseerd op drie principes:

  • Resistentie voorkomen
    Door antibiotica alleen in te zetten als het echt noodzakelijk is en minder preventieve antibiotica te gebruiken (zoals in de veeteelt), wordt de kans op resistentie kleiner.
  • Detectie van resistente bacteriën
    Als we snel en volledig in kaart brengen waar en hoeveel resistente bacteriën vóórkomen, bij welke bevolkingsgroepen, kunnen we uitbraken van infectieziekten signaleren, wetenschappelijk onderzoek doen en bestrijdingsmaatregelen evalueren.
  • Het voorkomen van verspreiding van (resistente) bacteriën
    Door goede (hand)hygiëne en allerlei preventieve maatregelen kan het verspreiden van resistente bacteriën worden voorkomen of beperkt. Zulke maatregelen bestaan bijvoorbeeld uit het afschermen van patiënten met een resistente bacterie (dat kan op verschillende manieren), maar ook uit het controleren of iemand wellicht een resistente bacterie (zoals de MRSA-bacterie) heeft, alvorens hem of haar op te nemen in het ziekenhuis .

Samenwerking is essentieel

Om te kunnen werken volgens bovenstaande principes is samenwerking tussen alle partijen die betrokken (kunnen) zijn bij antibioticaresistentie essentieel, zowel op regionaal, landelijk als Europees en internationaal niveau.

Nieuwe antibiotica zoeken

Op dit moment worden bacteriën in een sneller tempo resistent dan er nieuwe antibiotica bij komen. Het is voor farmaceutische bedrijven op dit moment financieel niet interessant om op zoek te gaan naar nieuwe antibiotica: deze brengen niet genoeg geld op, terwijl de ontwikkeling ervan ontzettend duur is. Onderzoekers houden zich bezig met het vinden van nieuwe bronnen van antibiotica, zoals bijvoorbeeld fagen (virussen die alleen bacteriën aanvallen).

Bron:

Antibioticaresistentie – Wat als antibiotica niet meer werken? Stichting Biowetenschappen en Maatschappij (BWM)  Cahier 4, 34e jaargang 2015

Voor meer informatie: www.abrzorgnetwerknhfl.nl

 

Wat zijn regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie?

Een belangrijk onderdeel van de aanpak van antibioticaresistentie in Nederland is het opzetten van regionale antibioticaresistentie-zorgnetwerken. In opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden in het land tien van deze netwerken opgezet. Het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) ondersteunt en adviseert deze tien zorgnetwerken.

Wat is een Regionaal Zorgnetwerk Antibioticaresistentie (ABR)?

Een Regionaal Zorgnetwerk ABR is een samenwerkingsverband tussen verschillende organisaties en zorgprofessionals in een regio. Het doel is het ontstaan van antibioticaresistentie en verspreiding van resistente bacteriën te voorkomen, op regionaal niveau. Dit laatste is een bewuste keuze, omdat is gebleken dat resistente bacteriën zich vooral binnen een regio verspreiden en in veel mindere mate tussen regio’s.

Samenwerking

De belangrijkste taak van de zorgnetwerken is om te zorgen dat er een vorm van samenwerking ontstaat die de verschillende domeinen overstijgt. Om antibioticaresistentie aan te pakken is het nodig dat de behandel- (cure : ziekenhuizen, huisartsen) en zorgsector (care: overige zorginstellingen, zoals bijvoorbeeld verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg) en de partijen binnen de publieke gezondheid (overheid: o.a. RIVM en GGD-en) nauw samenwerken.

Wat doen de zorgnetwerken?

Naast het opzetten en stimuleren van samenwerking hebben de zorgnetwerken de volgende taken:

  • Het betrekken van zorginstellingen, organisaties en zorgprofessionals binnen het netwerk en deelname aan de landelijke surveillance
  • Het opstellen van een regionaal risicoprofiel en het daarop aanpassen van de beheersmaatregelen
  • Het beschikbaar maken van gegevens van periodieke prevalentiemetingen naar dragerschap van Bijzonder Resistente Micro-Organismen (BRMO’s)
  • Deskundigheidsbevordering door organisatie van bij- en nascholing
  • Inzicht krijgen in hoeverre infectiepreventiemaatregelen in zorginstellingen en bij andere aanbieders is geïmplementeerd
  • Streven naar een identieke en reproduceerbare manier van audits uitvoeren
  • Transparantie en communicatie faciliteren over de aanwezigheid van BRMO in de regio
  • Advisering bij bestrijdingsmaatregelen
  • Een effectief en transparant beleid ten aanzien van antimicrobial stewardship
  • Afstemmen en uitwisselen van het regionaal beleid op landelijk niveau

Regionaal Coördinatie Team (RCT)

In elk zorgnetwerk is een regionale stuurgroep actief, die een regionaal coördinatieteam aanstuurt voor de uitvoering en coördinatie van bovenstaande taken. Dit RCT bestaat uit verschillende professionals, bijvoorbeeld een arts-microbioloog, arts maatschappij en gezondheid, deskundige infectiepreventie, internist-infectioloog, specialist ouderengeneeskunde, huisarts en datamanager en/of epidemioloog. Een kwartiermaker neemt het voortouw in het opzetten van het zorgnetwerk.

De rol van het ROAZ

Hoewel antibioticaresistentie niet direct over acute zorg gaat, is landelijk de afspraak gemaakt om de Regionale Netwerken ABR onder te brengen binnen het ROAZ. In het ROAZ zitten een groot deel van de bestuurders van de organisaties betrokken bij de aanpak van antibioticaresistentie al bij elkaar aan tafel. In de praktijk betekent dit dat de bestuurders binnen ROAZ-verband op de hoogte worden gehouden en zo nodig regionale samenwerkingsafspraken kunnen maken.

Regio Noord-Holland / Flevoland

Binnen de regio Noord-Holland en Flevoland zijn twee Regionale ABR-zorgnetwerken actief:

  • Regio Noord-Holland West (omvat de GGD-regio’s Kennemerland, Zaanstreek-Waterland en Hollands Noorden)
  • Regio Noord-Holland Oost/Flevoland (omvat de GGD-regio’s Amsterdam, Gooi en Vechtstreek en Flevoland).

Beide netwerken vallen onder één stuurgroep. De RCT van beide regio’s werken zeer nauw samen. De netwerkcoördinator in deze regio is Ad Olijhoek (aolyhoek@ggdhn.nl). Voor uitgebreide informatie over beide zorgnetwerken, zie hun gezamenlijke website: www.abrzorgnetwerknhfl.nl

Mocht u vragen hebben over dit onderwerp of iets willen opmerken, dan kunt u dit aangeven bij de netwerkcoördinator.

 

Deel bericht: