Bij 41 weken inleiden iets beter voor het kind dan afwachten

1 maart 2019

Inleiden van de bevalling bij 41 weken vergeleken met een afwachtend beleid tot 42 weken valt net iets gunstiger uit voor het kind, maar veel scheelt het niet. Dat blijkt uit een multidisciplinair Nederlands onderzoek (de Index-trial) dat door verloskundigen en gynaecologen is uitgevoerd onder 1800 zwangere vrouwen met een ongecompliceerde zwangerschap. Judit Keulen e.a. publiceerden de resultaten in The BMJ.

De zwangere vrouwen uit 123 verloskundigenpraktijken en 45 ziekenhuizen die meededen aan het onderzoek werden at random of in de 41ste week ingeleid, of er werd tot de 42ste week afgewacht, waarna ze indien nodig alsnog werden ingeleid.  

Een zwangerschap van 42 weken of langer komt in ongeveer 15 procent van de gevallen voor.   

Sommige studies geven aan dat het zowel voor moeder als kind beter is om in de 41ste week in te leiden, maar doordat uitkomstmaten en follow-up nogal eens wisselen, is het moeilijk eenduidige conclusies te trekken. Toch is inleiden in de 41ste week in veel landen gangbare praktijk.  

Keulen e.a. keken naar verschillende uitkomstmaten, waaronder sterfte voor de geboorte, apgarscore <7 op vijf minuten na de geboorte, plaatsing op een NICU. 

Voornaamste conclusie: het risico op echt ernstige uitkomsten was laag in beide groepen (inleiden 0,4% versus afwachten 1,3%). Er waren geen sterftes na de geboorte en er was geen verschil in het percentage vrouwen dat een keizersnede onderging (10,8).   

Een paar details: vijftien vrouwen (1,7%) in de groep die werd ingeleid hadden een slechte perinatale uitkomst; in de groep waarin werd afgewacht waren dat er 28 (3,1%) – een absoluut risicoverschil van 1,4 procent in het voordeel van inleiden. Elf kinderen in de eerste en drieëntwintig kinderen in de tweede groep hadden een apgarscore van minder dan 7. 

Het was, zo vertellen de onderzoekers in een toelichting, niet gemakkelijk de trial van de grond te krijgen. Veel aanstaande moeders – allen met een laag risico op complicaties – wilden niet meewerken, omdat ze afwachtend beleid prefereerden. Ook betrokken zorgverleners waren niet altijd bereid vrouwen aan te moedigen tot deelname aan de trial, omdat ze zelf een uitgesproken voorkeur hadden voor inleiden danwel afwachten. Gevolg: het duurde meer dan een jaar om het vereiste aantal deelnemers bijeen te brengen. De tijdspanne tussen het idee voor de trial en de uiteindelijke publicatie bedroeg uiteindelijk zes jaar.  

De resultaten kunnen, verwachten de onderzoekers, een rol spelen bij de afweging wat te doen als een zwangerschap langer duurt dan 41 weken, daarbij rekening houdend met persoonlijke voorkeuren en risicoperceptie. De beroepsverenigingen van verloskundigen (KNOV) en gynaecologen (NVOG) gaan dan ook gezamenlijk de richtlijn herzien en een keuzehulp maken voor vrouwen die 41 weken zwanger zijn. 

In een commentaar in dezelfde editie van The BMJ stellen Sara Kenyon e.a. echter dat de resultaten onvoldoende stevig zijn om de staande praktijk te wijzigen. Als de apgarscores buiten beschouwing blijven, valt er niet te kiezen tussen beide opties, menen ze. Zij verwachten veel van de uitkomsten van de Zweedse SWEPIS-trial, waarin ook rekening wordt gehouden met pariteit, risico en de ervaringen van vrouwen.  

Bron: Medisch Contact

BMJ:Induction of labour at 41 weeks versus expectant management until 42 weeks (INDEX): multicentre, randomised non-inferiority trial

Optimising the management of late term pregnancies

Deel bericht: