Boostercampagne gaat door mét huisartsen en zonder Janssen-vaccin

24 december 2021

De Gezondheidsraad adviseert het ministerie van Volksgezondheid om “vooralsnog” het coronavaccin van Janssen niet in te zetten als boosterprik. Een boosterprik met de vaccins van Pfizer of Moderna lijkt beter te werken, vooral voor mensen die eerder gevaccineerd werden met Janssen, zo stelt de raad. Ondertussen meldt de LHV dat ze de 35.000 vaccins die ze van de GGD hebben gekregen zo’n beetje hebben opgeprikt.

“Boosten met het Janssen-vaccin lijkt in eerste instantie tot een lagere toename in antistoffen te leiden dan boosten met een mRNA-vaccin”, aldus de raad. “Onduidelijk is nog wat het effect van de booster is op het niveau van de antistoffen na enkele maanden.” Het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) oordeelde eerder dat het vaccin van Janssen ingezet kan worden als booster. Het ministerie vroeg daarop advies aan de Gezondheidsraad.

Bijwerkingen Janssen

Bovendien geeft het Janssen-vaccin een risico op een zeldzame maar ernstige bijwerking, voegt de raad toe. Het gaat om trombose in combinatie met een verlaagd aantal bloedplaatjes. Dit komt vaker bij jongere mensen voor. Hoe groot het risico op deze bijwerking is na een boosterprik met Janssen is nog niet bekend. De Gezondheidsraad benadrukt dat het vaccin van Janssen als booster voldoende veilig is bevonden.

Voordelen van Janssen

Het kan dat er andere redenen zijn om Janssen toch in te zetten als boostervaccin, zegt de raad tot slot. Bijvoorbeeld vanwege voordelen omtrent transport of bewaarmogelijkheden. En ook kunnen er mensen zijn die geen boosterprik met een mRNA-vaccin willen. “De keuze om in dergelijke gevallen het vaccin van Janssen als booster aan te bieden moet afgewogen worden tegen de onzekerheid rond de mate van bescherming die dat biedt”, zo vindt de raad.

Huisartsen prikken vaccinatie voorraad op

De GGD heeft 36.000 vaccins geleverd aan de huisartsen en “vanwege de beperkte houdbaarheid van de vaccins hebben waarschijnlijk ook ongeveer zoveel patiënten hun boosterprik van de huisarts ontvangen”, vertelt een woordvoerder van de LHV.

Niet-mobiele patiënten

Huisartsen zijn gevraagd om de niet-mobiele patiënten uit hun patiëntenbestand te prikken. Naar schatting zijn er ongeveer 35.000 niet-mobiele mensen die zo hun boosterprik aangeboden moesten krijgen. “Het is niet zeker of nu ook alle niet-mobiele patiënten zijn geprikt, ook al hebben 36.000 mensen hun boostervaccin ontvangen”, zegt de LHV-woordvoerder. Zo zijn huisartsen ook gevraagd om mensen te prikken die in kleinschalige woonvoorzieningen wonen of mensen in een verzorgingstehuis die nog onder de huisarts vallen. Dat zijn naar schatting zo’n 110.000 mensen. Daarnaast zijn er huisartsen die hun hele patiëntenbestand hebben opgeroepen voor de boosterprik.

Druk

De vereniging weet niet of het doel om alle 60-plussers voor het nieuwe jaar te prikken ook gehaald wordt. “Het is ontzettend druk bij de huisartsen, niet iedereen heeft tijd om de niet-mobiele ouderen te prikken. De GGD zegt zich te focussen op de grote priklocaties en komt pas in januari toe aan deze groep mensen.” De LHV heeft dus naar eigen zeggen geen volledig inzicht in bereik en effectiviteit van de boostercampagne door huisartsen.

Versnelling

Wel benadrukt ze dat er in elk geval een versnelling plaatsvindt doordat huisartsen helpen met het prikken. “Het is een relatief kleine groep die nu geprikt wordt door de huisarts, maar het is een hele belangrijke. Het gaat om kwetsbare mensen.” (ANP)

Deel bericht: