Dennis Souverein, een gedreven professional met aandacht voor BRMO

1 mei 2018

Automatische concepten 12

Op 6 april promoveerde Dennis Souverein (1989) aan het VUmc op het onderwerp ‘Highly resistant micro-organisms in the region Kennemerland’. Voor het ABR-zorgnetwerk Noord-Holland West reden om met hem af te spreken voor een interview in het Boerhaavegebouw bij het Streeklab gelegen op het terrein van het Spaarne Gasthuis in Haarlem.

Dennis Souverein, een gedreven professional met aandacht voor BRMODennis is geboren en getogen in Haarlem en is per toeval in de wereld van de microbiologie terecht gekomen. In 2010 ging hij met zijn net behaalde diploma als radiotherapeutisch laborant aan de slag in het AMC. Zijn behoefte aan kennis was echter nog niet gestild en hij besloot zich in hetzelfde jaar aan te melden voor de pre-master Health Sciences en vervolgens voor de master zelf. In het kader van deze studie kwam hij als stagiaire bij het Streeklab Haarlem en raakte daar betrokken bij het onderzoek van Jeroen den Boer naar de effectiviteit van Pragati, een HIV-preventie programma in Bangalore, India. Na afronding van de master startte Dennis in 2013 bij het Streeklab met onderzoek naar resistente bacteriën dat dit jaar uitmondde in zijn promotie. In de tussentijd vond Dennis ook nog tijd om zich te bekwamen in de epidemiologie (master 2017 EpidM Amsterdam).

Dennis is blij met de landelijke aandacht voor resistente bacteriën en de vorming van 10 antibioticaresistentie(abr)-zorgnetwerken In Nederland. ‘Vergeleken met andere landen doen wij het hier goed, maar ook hier valt nog veel te winnen’. We beschikken met elkaar over veel informatie, maar die is versnipperd. Als het ons lukt om die informatie beter te integreren dan zal dat zich uitbetalen in effectievere zorg. Belangrijk daarbij is dat wij uit de berg aan big-data die informatie weten te destilleren die er echt toe doet. Daar is verder onderzoek voor nodig.

Een opdracht binnen de abr-pilot van VWS is nagaan hoe het zit met de aanwezigheid en verplaatsing van resistente bacteriën in de abr-zorgregio’s in Nederland. Het Streeklab Haarlem – het enige medisch microbiologisch laboratorium (MML) in Kennemerland – doet al enkele jaren onderzoek naar de aanwezigheid van resistente bacteriën in de drie ziekenhuizen in Kennemerland. Daarnaast krijgt het lab regulier van ziekenhuizen, huisartsen en verpleeghuizen materiaal aangeleverd voor microbiologische diagnostiek. Daardoor heeft het laboratorium onderhand een aardig beeld van de BRMO-situatie in Kennemerland. Het percentage BRMO in de ziekenhuizen verschilt niet wezenlijk van het percentage dat onder de regionale bevolking aanwezig is: ongeveer 6%. Er zijn in de afgelopen jaren aanwijzingen gevonden dat de ziekenhuizen beperkt bijdragen aan de verspreiding van BRMO in de regio. Het lijkt er ook op dat de basishygiëne maatregelen, die als bijzonder belangrijk worden gezien in deze ziekenhuizen naar behoren uitgevoerd worden.

Hoe het zit met de kans op verspreiding van BRMO onder de burgerbevolking en met de populatie in verpleeghuizen? Daarover zou het Streeklab graag meer weten. Als laboratorium ben je afhankelijk van het ingestuurde materiaal en zowel in de huisartspraktijk als de verpleeghuissector wordt er betrekkelijk weinig getest. Een bijkomend probleem voor een accuraat BRMO-overzicht is dat mogelijk niet alle informatie over resistentie in Kennemerland bij het Streeklab bekend is. Onder andere door de marktwerking kunnen zorgorganisaties en huisartsen in de regio gebruik maken van diensten van andere laboratoria. Daardoor kunnen er regionaal gaten in de beschikbaarheid van informatie ontstaan. Is het uitwisselen van informatie al niet eenvoudig, Dennis vreest dat het met de invoering van de AVG nog lastiger zal worden. Nu nog kan een specialist in Kennemerland terugzien wat voor laboratoriumbepalingen andere artsen (huisarts, specialist ouderengeneeskunde) recent hebben laten doen. Als je daarvoor straks structureel toestemming moet vragen dan zal dat in de praktijk ongetwijfeld leiden tot een gebrek aan informatie en onnodige herhaling van labonderzoeken. Dat zal niet alleen leiden tot slechtere maar ook duurdere zorg. Niet alleen door de extra kosten van diagnostiek maar zeker ook door meer complicaties en langere opnameduur bij infecties. Iedereen zal het ermee eens zijn dat dit niet wenselijk is.

De bedoeling van VWS met deze abr-pilot (die loopt tot eind 2019) is om te komen tot 10 regionale samenwerkingsverbanden. Hoe ziet Dennis die samenwerking tussen de verschillende zorgpartijen voor zich?

Dennis verwacht dat de MML een centrale rol zullen spelen in die netwerken. De laboratoria hebben dankzij de microbiologische diagnostiek die zij doen het beste overzicht. Hij ziet bij Streeklab Haarlem al enige jaren een ontwikkeling waarbij er in toenemende mate vraag is naar terugkoppeling van relevante informatie die het zorgproces kunnen ondersteunen. Te denken valt aan informatie die ondersteunen bij kweekbeleid (diagnostic stewardship), antibioticabeleid (antibiotic stewardship) en infectiepreventiebeleid (hygienic stewardship).

Dennis verwacht dat door innige samenwerking tussen (sub)regionale zorgverleners de BRMO-problemen waarmee men gewoonlijk geconfronteerd wordt goed aangepakt zullen kunnen worden. Op abr-zorgnetwerkniveau moet er (dan) vooral aandacht zijn voor het bevorderen van de onderlinge samenwerking en het informeren van de zorgpartners.

Door de informatie waarover de laboratoria beschikken zijn zij in hun adherentiegebied de geschikte partij om andere zorgverleners in het zorgproces te ondersteunen met relevante spiegelinformatie. En dan niet alleen spiegelinformatie die direct betrekking heeft op de aangevraagde microbiologische diagnostiek, maar ook informatie op het gebied van antibioticavoorschriften, resistentiecijfers en klinische parameters in vergelijking met beroepsgenoten. De integratie en terugkoppeling van deze informatie kan bijdragen aan het beheersbaar houden van de abr-problematiek.

Het Streeklab Haarlem heeft van het ministerie van VWS subsidie ontvangen om in de komende 12 maanden samen met het MML van het Noord-West-ziekenhuis in Alkmaar en Comicro In Hoorn te onderzoeken of de regionale surveillance voor BRMO verbeterd kan worden door koppeling van de labgegevens (middels gebruik van IDM-Alert, een data-analyse tool). Dennis is ervan overtuigd dat de koppeling nieuwe inzichten gaat opleveren. Of die inzichten zo waardevol zijn dat het koppelen van de labgegevens (en andere informatie) straks gemeengoed is in Nederland is nog wel even afwachten. Maar duidelijk is dat Dennis er zin in heeft en met het Streeklab graag vanuit Kennemerland wil meehelpen om grip te houden op de aanwezigheid en verspreiding van BRMO in Kennemerland en Nederland.

Dennis Souverein, een gedreven professional met aandacht voor BRMO 1

 

 

 

 

 

Deel bericht: