Hoe digitale triage de druk op huisartsenposten kan verminderen

2 oktober 2019

Een app als Moet ik naar de dokter? kan helpen bij triage, dus het beoordelen van klachten, en hiermee de druk op huisartsenposten verminderen. Herko Wegter van Moet ik naar de dokter? gelooft dat er met digitale triage veel te winnen valt in de druk op huisartsenposten, zowel bij het weghouden van zorgvragers als bij het zo efficiënt mogelijk maken van triage.

Het aantal mensen dat tijdens avond-, nacht- en weekenduren hulp zoekt bij huisartsenposten wordt ieder jaar weer groter. Voor het verminderen van de druk is volgens betrokkenen een rol weggelegd voor digitale triage. ‘Je zult wat moeten, want de capaciteit op de huisartsenpost is eindig’, zegt Wegter. Volgens hem is 42 procent van de klachten van mensen die naar de huisartsenpost komen laag urgent. Dat betekent dat mensen geen medische urgentie hebben om en dat in veel gevallen een vorm van zelfzorg volstaat of men de volgende werkdag naar de eigen huisarts kan.

Triagestandaard

De database van Moet ik naar de dokter? is ontwikkeld op basis van de Nederlandse triagestandaard. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft de inhoud van de triage goedgekeurd. Freke Zuure, programmamanager e-health bij het NHG, ziet dat het vooral in krimpgebieden nuttig kan zijn om mensen op afstand te helpen. ‘Het is een toepassing die zich richt op mensen met de vraag: moet ik naar de dokter? Dat soort e-health toepassingen zijn van waarde en nodig, ook in de toekomst’, zegt ze. ‘Met krapte in de huisartsenzorg, specifiek in krimpgebieden, neemt het belang toe om mensen digitaal te ondersteunen en op afstand te helpen.’

Annemarie van der Velden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), ziet ook waarde van digitale triage. ‘Zeker als de triage zo is ingericht dat ernstige klachten er uit gefilterd worden.’ Zuure pleit wel voor wetenschappelijke onderbouwing van dergelijke e-health toepassingen. ‘Inzicht in effectiviteit is van belang om goede keuzes te maken en de zorg daadwerkelijk verder te helpen.’

Betrouwbaarheid

In Huisarts en Wetenschap verscheen een onderzoek over de betrouwbaarheid van Moet ik naar de dokter?. De meest gehoorde klacht was dat mensen niet hun hele verhaal kwijt kunnen. Ook blijkt de app nog inaccuraat waar patiënten ‘zeer verschillende klachten’ hadden gerapporteerd. De app presteert echter volgens de onderzoekers beter dan veel andere eerstelijns zelftriagetools. Uit het onderzoek kwam naar voren: ‘Voor 81% van de gebelde patiënten kwam het advies van de app overeen met dat van de triagist. Voor 11% van de patiënten gaf de app een lagere urgentie aan dan de triagist, voor 8% was dit juist andersom.’

Wachtkamerfilmpjes

Ook InEen, belangenbehartiger van de georganiseerde eerste lijn, ziet de voordelen van een app als Moet ik naar de dokter?. Ze horen er positieve verhalen over en merken dat het wordt gebruikt, steeds meer ook. InEen werkt samen met de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen en de Landelijke Huisartsen Vereniging om mensen op de hoogte te brengen van hoe de werkdruk op de post behapbaar kan blijven. Zo wordt aandacht gevestigd op Moet ik naar de dokter? door het tonen van een uitlegvideo in wachtkamers. Op die manier worden mensen op de hoogte gesteld van de applicatie en zijn ze eerder geneigd om er gebruik van te maken.

Chatbot

Moet ik naar de dokter? is deze zomer in een nieuw jasje gestoken. De app is volgens Wegter vooral gemoderniseerd aan de achterkant. Er is bijvoorbeeld een chatbot ingebouwd. ‘Die wordt nog niet ingezet, want de tekstherkenning is nog niet goed genoeg,’ vertelt Wegter. ‘Het gedeelte waarin de chatbot vraagt van welk deel van het lichaam iemand last heeft, gaat goed. De open vraag ‘Waar heeft u last van?’ gaat nog niet goed genoeg. 93 van de 100 keer halen we er het juiste uit en dat vinden we nog te weinig.’

Websites van huisartsenposten

Moet ik naar de dokter? is sinds mei van dit jaar steeds vaker als dektopapplicatie te vinden op de websites van huisartsenposten. Dat heeft geleid tot een toename van het gebruik ervan. Bij Huisartsenposten Amsterdam staat de toepassing prominent op de homepagina. Bezoekers krijgen meteen te zien: ‘Voordat u belt, doorloop eerst deze vragen’. Dat heeft succes. Ruim de helft van de websitebezoekers trieert zichzelf, dat is in weekenden bijna een kwart van alle bellers, vertelt Wegter.

Patiëntreis

Wegter heeft nog veel meer plannen voor Moet ik naar de dokter?. Een andere update die deze week wordt geïmplementeerd is het opslaan van triage. Wegter: ‘Op die manier bouwen mensen een soort van eigen persoonlijke gezondheidsomgeving op.’ Wegter wil op dat gebied nog een stap verder gaan en mensen een ‘fatsoenlijke patiëntreis’ geven. ‘We willen er voor zorgen dat de informatie van mensen die zich hebben getrieerd meteen wordt doorgegeven aan de post. Dan beloon je ze voor wat ze gedaan hebben’, zegt Wegter.

Ontlasting huisartsenpost

Als er uit de triage komt dat iemand hulp nodig heeft, kan de gebruiker zijn of haar naam, geboortedatum en telefoonnummer invullen. Dan wordt diegene met behulp van de app teruggebeld door de huisartsenpost. ‘Het voordeel is dat degene aan de andere kant van de lijn geen persoonsgegevens meer hoeft op te nemen De zorgverlener of triagist heeft zelfs al gekeken naar de klacht en de voorhistorie en kan meteen ter zake komen. De verwachting is dat deze toepassing leidt tot een reductie van 20 tot 30 procent van de gemiddelde beltijd per persoon’, aldus Wegter. Dit zou het huidige tekort aan triagisten kunnen compenseren. Een andere mogelijkheid is dat mensen na hun triage een online afspraak kunnen maken bij hun eigen huisarts of een e-consult kunnen inschieten. Ook dat leidt tot het ontlasten van de huisartsenpost.

Bron: Zorgvisie

Deel bericht: