Hoofden van botsende voetballers vaker nakijken

27 juni 2017

Voetballers die met hun hoofd in botsing komen, zouden door onafhankelijke zorgverleners moeten worden nagekeken. Bij het WK van 2014 gebeurde dat veel te weinig, zeggen Michael Cusimano e.a. in JAMA.

De Canadese neurochirurgen hebben alle 64 wedstrijden van het WK 2014 nog eens bekeken. Elke keer als een voetballer met zijn hoofd botste – al dan niet tegen een ander hoofd – en niet meteen doorspeelde, gingen de onderzoekers turven. Ze noteerden 81 botsingen bij 61 spelers. Ze keken of er aanwijzingen voor hersenletsel waren (evenwichtsstoornis, buiten bewustzijn, onwillekeurige trekkingen, naar het hoofd grijpen en de tijd totdat iemand weer opstond). Bij 67 botsingen turfden ze twee of meer aanwijzingen. Elf keer keek niemand de getroffen oetballer na, 42 keer keek iemand op het veld (andere speler, scheidsrechter of verzorger) en 11 keer gebeurde dat langs de lijn. In de 22 keer dat er drie of meer aanwijzingen voor letsel waren, betekende dat maar drie keer het einde van de wedstrijd voor de betrokken speler.

De FIFA heeft een verklaring van experts onderschreven, waarin staat dat spelers die enig teken van een mogelijke hersenschudding vertonen langs de lijn door een professional moeten worden nagekeken. Dat gebeurt volgens Cusimano e.a. dus niet altijd. Waarbij ook zij niet helemaal gek zijn: zij weten ook wel dat voetballers wel eens overdrijven om de scheidsrechter van de ernst van een vermeende overtreding te overtuigen. Desondanks zou een onafhankelijk zorgverlener vaker ingezet moeten worden om te voorkomen dat voetballers te lang doorspelen met mogelijk ernstig letsel.

JAMA, 2017. Doi: 10.1001/jama.2017.6204

Bron: Medisch Contact

Deel bericht: