Interview Frank Bloemers en Jens Halm, voorzitters Focusgroep Traumazorg

25 juni 2020

Interview Frank Bloemers en Jens Halm, voorzitters Focusgroep Traumazorg

Een interview met Frank Bloemers en Jens Halm, beide traumachirurgen in het Amsterdam UMC en tevens de voorzitters van de Focusgroep Traumazorg, vindt uiteraard online via videobellen plaats. Een goede manier om niet alleen ‘Corona-proof’ te werken, maar ook om sneller een gaatje te vinden in de volle agenda’s van beide heren. We spraken beiden over hun rollen gedurende de afgelopen maanden, toen de COVID-epidemie zijn pieken kende, de uitdagingen binnen de traumazorg en keken met elkaar vooruit naar de toekomst.

 

Beide heren vervulden gedurende de afgelopen periode verschillende rollen. Bloemers, die naast zijn werkzaamheden als traumachirurg in het Amsterdam UMC locatie VUmc ook voorzitter is van het ROAZ Noord West Nederland, nam in de maanden maart en april bijna dagelijks deel aan verschillende crisisoverleggen. Daarnaast gaf hij leiding aan het RCPS (Regionaal Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding) en heeft daardoor samen met het team meer dan 130 patiënten kunnen helpen door hen bovenregionaal uit te plaatsen. Bloemers: “Wat ik wel bijzonder vond, is dat de ROAZ-structuur ten tijde van de crisismaanden heel belangrijk bleek te zijn. Het toeval wilde dat er 13 maart, dus vlak voordat de grote drukte uitbarstte, nog een reguliere ROAZ-vergadering gepland stond waarbij alle ziekenhuisbestuurders aanwezig waren. Deze ROAZ-vergadering is toen direct omgezet naar een crisisoverleg. Hierdoor hebben we snel kunnen schakelen en zijn gelijk de eerste afspraken gemaakt. En je merkte dat in onze beide ROAZ regio’s de verantwoordelijkheden en vergaderstructuren gelijk goed waren ingeregeld.”

Halm, traumachirurg in het Amsterdam UMC locatie AMC, had een andere taak tijdens de crisis. Hij heeft er onder andere voor gezorgd dat er heel snel, nog voordat de lockdown officieel bekend was gemaakt, een aangepast werkschema op de trauma afdeling klaarlag om het traumacentrum te kunnen blijven bemannen, ook als er eventueel personeel zou uitvallen. Halm: “We hebben direct het dienstrooster anders ingericht. Dat vergde soms wel wat offers, want het rooster was bijvoorbeeld zo aangepast dat er altijd één chirurg dienst had die dan het werk deed van 2 of 3 andere collega’s. Op deze manier probeerden we ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk personeel in aanraking kon komen met COVID-besmette patiënten. Mede door deze maatregelen is er geen van de collega’s op beide locaties besmet geraakt met COVID en hebben we de traumazorg binnen ons centrum de hele periode onverminderd goed kunnen leveren. Iets waar we met elkaar trots op kunnen zijn.”

Poliklinische afspraken vonden telefonisch plaats of door middel van videoconsulten. “In de COVID periode is de capaciteit op de afdeling weliswaar afgeschaald, maar de afdeling is niet dichtgegaan. Dat is natuurlijk ook echt onmogelijk, want zorg voor acute trauma patiënten moet natuurlijk te allen tijde door gaan.” Grote uitdaging voor Halm en zijn collega’s was dat de zorg rondom acute trauma patiënten soms op een andere plek dan de shockroom gegeven moest worden. “Zo kwam het voor dat COVID-verdachte patiënten eerst naar een andere kamer moesten worden gebracht om daar geïntubeerd te worden, anders kon de traumakamer gecontamineerd worden. Dat waren momenten waarop je je patiënt even uit het oog verloor, en dat wil je natuurlijk niet. Op dat soort momenten besef je je weer wat een luxe het is dat je normaliter altijd een CT-scan direct naast je in dezelfde kamer tot je beschikking hebt.”

Hoewel de traumazorg op de afdelingen van zowel AMC als VUmc altijd door heeft kunnen gaan, vergde dat wel wat flexibiliteit van de organisatie en het personeel. Halm: “Bij ons is de CCU verplaatst naar de afdeling voor dagbehandelingen, want op de CCU moesten de COVID-patiënten worden opgenomen. Door het sluiten van de dagbehandeling zijn de wachtlijsten verder opgelopen. Maar door deze beslissing hebben wij dus wel de acute zorg kunnen continueren.” Op de vraag of zij de organisatie van de traumazorg bij een eventuele tweede golf anders zouden willen vorm geven, antwoordden beide heren ontkennend. Bloemers: “We kunnen concluderen dat we met elkaar de traumazorg eigenlijk heel goed hebben kunnen waarborgen.”

Samenwerking Focusgroep

Tijdens de crisis was er geregeld contact met andere traumachirurgen in de regio. Bloemers: “Al aan het begin van de crisis hebben we met de chirurgen binnen de focusgroep Traumazorg afgesproken om ernaar te streven de structuur rondom traumazorg niet te veranderen. Want de druk om aanpassingen te maken aan de reguliere zorg was er natuurlijk wel, ook voor de traumazorg. Maar met elkaar is het gelukt om de structuur in stand te houden, iets waar we trots op mogen zijn.” De crisis heeft nog meer positiefs opgeleverd. Halm: ”Wat we nu hebben geleerd is dat we goed kunnen samenwerken, overleggen en patiënten overplaatsen als we met elkaar één doel voor ogen hebben. Iets wat we in de toekomst moeten blijven doen, niet alleen met betrekking tot COVID zorg maar ook op andere thema’s. Denk bijvoorbeeld aan het verwijzen en vervoeren van multitraumapatiënten naar het juiste traumacentrum.” Bloemers: “En verder gaat er natuurlijk binnen de Nederlandse traumazorg geschiedenis iets heel bijzonders gebeuren, namelijk het lateraliseren van de traumazorg door de fusie van twee academische ziekenhuizen. Dat wordt een spannende tijd waarin het ook heel belangrijk zal zijn dat we goed samenwerken met onze collega’s in de regio-ziekenhuizen.”

Samenwerking netwerkbureaus

Een intensieve samenwerking tussen de twee netwerkbureaus juichen beide heren toe. Halm: “De twee bureaus moeten samenkomen. Wat zijn de krachten van de één en wat van de ander? Dat moeten we bij elkaar brengen en met die kwaliteiten het land in gaan.” Bloemers vult aan: “We kunnen gezamenlijk de beide regio’s nog verder ontwikkelen, niet alleen voor wat betreft de traumazorg, ook bijvoorbeeld op gebied van cardiale zorg of verloskundige zorg. Genoeg werk te doen dus nog.”

Lessen voor de toekomst

Er wordt momenteel natuurlijk op allerlei niveaus binnen de zorg geëvalueerd: wat kunnen we leren van de afgelopen maanden? Bloemers: “Wat mij tijdens de crisismaanden heel duidelijk is geworden, is dat we in Nederland achterlopen wat betreft automatisering. Er was gesteggel over het delen van data en we hebben gegevens aan moeten leveren middels Excel formulieren, dat kan echt niet meer anno 2020. Ook heb ik gemerkt dat we qua transparantie nog wel wat stappen te maken hebben. We moeten weten van elkaar hoe druk het is, waar er nog ruimte is voor ambulances om aan te rijden, die informatie heb je nodig om de acute zorg te optimaliseren. Daar gaan we de komende maanden echt op in zetten.” Ook Halm ziet een aantal positieve veranderingen: “Toen ik begon met deze functie was het mijn wens dat we focusgroep bijeenkomsten digitaal zouden laten plaatsvinden. Er was blijkbaar een pandemie voor nodig om deze verandering te bewerkstelligen, maar ik denk dat we in de toekomst veel meer zullen inzetten op online overleggen. Het is modern, duurzaam, efficiënt. De eerste digitale Focusgroep Traumazorg heeft inmiddels plaatsgevonden. “We hebben met elkaar prima kunnen overleggen, zelfs met een collega vanuit zijn auto”.

Bloemers: “Laten we met elkaar deze goede samenwerking vasthouden. De crisisoverleggen die we in het begin dagelijks en inmiddels wekelijks hebben met de ziekenhuizen, VVT’s, RAV’s, GHOR/GGD’en en huisartsen, die zijn echt uniek en die verlopen ontzettend goed. Dat moeten we blijven behouden. We hebben elkaar goed leren kennen op een positieve manier. Maar ook als groep traumachirurgen zijn we goed blijven communiceren, dat was echt heel belangrijk!”

 

Deel bericht: