Interview Jan Woldman

28 april 2020

Adjunct DPG Jan Woldman: pensioendatum onbekend

16 april 2020: Jan Woldman, adjunct Directeur Publieke Gezondheid Amsterdam-Amstelland, werkt 7 dagen per week 12 uur per dag, heeft het enorm druk met verschillende overleggremia en landelijke dossiers, heeft de ene call na de andere en op het moment van dit interview probeert hij tussendoor ook Hugo de Jonge van advies te voorzien via de app bij een kamerdebat. Een paar maanden geleden had Jan Woldman niet gedacht dat hij op 16 april zo druk zou zijn geweest, want eigenlijk zou hij op 1 april met een welverdiend pensioen gaan…

Je hebt je pensioen uitgesteld naar 1 juni. Is het niet heel gek voor jou om in deze periode met pensioen te gaan?
Dit is wel een beetje gek inderdaad. Ik ben op 1 april 2005 in dienst getreden bij de GGD Amsterdam en ik zou na precies 15 jaar dienstverband op 1 april met pensioen gaan. Maar het werd mij in februari wel al duidelijk dat 1 april het niet zou gaan worden…. Ik zou het ook niet willen natuurlijk; dit soort crises is toch een groot deel van mijn werk. En dan eruit stappen als de crisis nog niet eens op z’n hoogtepunt is, dat zou niet goed voelen. Sterker nog, als de corona-crisis na mijn pensioen was gestart, dan was ik ook teruggekomen.
Of mijn pensioen nu op 1 juni ingaat, we zullen zien. Ik hoop wel dat we dan in een stabiele fase zitten en dat ik dan hooguit een keer ad hoc wat kan bijdragen als dat nodig is. Als de situatie het nog niet toelaat, dan schuiven we mijn pensioendatum gewoon weer op!

Waar ben jij op dit moment en de laatste weken het meest druk mee geweest? Je hebt eigenlijk een dubbelrol als DPG bij de GGD en GHOR; twee organisaties met verschillende verantwoordelijkheden in deze crisis.
Dat klopt. Eigenlijk ben ik op vier terreinen aan het werk in deze crisis:

  1. Vanuit de GHOR werk ik op het terrein van de veiligheidsregio. Er is een GRIP 4 afgekondigd, er is een bestuurlijk overleg tussen de burgemeesters, drie keer in de week vindt er een Regionaal Beleidsteam plaats en tussendoor heb ik ook nog veel contacten met burgemeesters die veel vragen hebben.
  2. Het tweede terrein is het ROAZ. Op 13 maart vond het (reguliere) bestuurlijk ROAZ plaats: een bijeenkomst die geheel in het teken stond van corona met een hoge opkomst van alle bestuurders uit de regio Noord-Holland / Flevoland. Deze bijeenkomst is de aftrap geweest voor een heel intensief overlegcircuit binnen het ROAZ met allerlei crisisoverleggen.
  3. Ik behartig op dit moment ook twee landelijke dossiers, omdat onze portefeuillehouder Infectieziekten (red. Sjaak de Gouw, DPG Hollands Midden) ondersteuning nodig had op dit gebied. Met vier andere DPG’en zijn we hem gaan helpen en ik ondersteun hem op het landelijke toneel met het dossier persoonlijke beschermingsmiddelen en met het testbeleid. Dat betekent dat we regelmatig met Hugo de Jonge en Martin van Rijn in overleg zijn en met allerlei landelijke koepels van zorginstellingen en laboratoria. Dat geeft heel veel drukte en kost veel tijd.
  4. Het vierde terrein is mijn eigen GGD natuurlijk, die ook opgeschaald is en waarbij het interne crisisplan in werking is getreden. In het begin is de GGD druk geweest met alle nieuwe meldingen van besmette/verdachte patiënten, bron- en contactonderzoek, contact met kinderdagverblijven en scholen etc, die van informatie moesten worden voorzien of waar onderzoek moest plaatsvinden. Dat was heel heftig in het begin voor de GGD. Dat is door de lockdown natuurlijk veel minder geworden, maar nu is het heel druk met testen van zorgmedewerkers en het verwerken van al die testen. Bij de GGD is het een steeds veranderende crisis, maar waar wel continue op topniveau met z’n allen wordt gewerkt. Twee keer in de week vindt er een intern crisisoverleg plaats. Tenslotte hebben wij als GGD ook te maken met de reguliere processen die nu niet of op een andere manier worden vormgegeven, zodat deze op een veilige manier kunnen plaatsvinden voor medewerkers en klanten. Wij zijn als organisatie natuurlijk ook geraakt in de zin dat een heleboel mensen thuis werken en we een heleboel werk niet kunnen doen wat we anders wel doen.

Hoe verloopt de informatievoorziening en afstemming met het openbaar bestuur in deze crisis?
Die informatieafstemming loopt steeds beter, dat was best moeilijk in het begin. Het Openbaar Bestuur is heel benieuwd hoe het gaat, maar wil ook graag dingen doen en dat is in de zorg natuurlijk lastig. Het Openbaar Bestuur is heel betrokken en wij houden hen goed op de hoogte. Doordat nu ook de cijfers binnen het ROAZ steeds completer zijn en beter gepresenteerd worden, hebben wij dat meteen meegenomen in de doorvertaling naar het veiligheidsbestuur of naar het  Regionaal Beleidsteam in dit geval. Wat ook heel goed ontvangen en gewaardeerd wordt, is dat Mark Kramer (red. RvB Amsterdam UMC) hen wekelijks bijpraat over de ontwikkelingen in de zorg. Ook Ronald Schmidt (red. bestuurder Cordaan) heeft hen deze week uitgebreid geïnformeerd over de situatie in de VVT-sector. Dat maakt ook dat die contacten heel soepel en natuurlijk verlopen. De voorzitter van de veiligheidsregio heeft bijvoorbeeld ook een rol gespeeld bij het vorderen van materialen en apparatuur bij ZBC’s, maar ook door snel de aanvragen voor militaire bijstand qua personeel goed te keuren. De samenwerking tussen zorgsector en Openbaar Bestuur met de GHOR als liaison verloopt dus goed.

Hoe zijn jouw ervaringen in deze crisistijd? Welke lessen hebben we als ROAZ met elkaar geleerd van deze situatie?
Ik ben eigenlijk wel blij met wat wij als ROAZ-regio al hebben doorgemaakt de laatste jaren. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de ontruiming van het VUmc en we hebben een aantal keren ketenoefeningen gehad met het Regionaal Crisisteam Zorg. Dit ging allemaal toch best moeizaam; het was ingewikkeld om zoveel instellingen op de juiste manier met het juiste besef te laten samenwerken. Maar daardoor hebben we wel veel geleerd, juist omdat deze oefeningen niet altijd even goed verliepen. We hebben geleerd dat het belangrijk is om dit soort dingen goed voor te bereiden, voordat je met bestuurders echt aan tafel gaat zitten om besluiten te nemen. Daar hebben we nu een goede structuur op ingericht.
Wat daarnaast erg geholpen heeft, is de ontwikkeling van het zorgcontinuïteitsmodel Noord-Holland / Flevoland (voorheen Grip op Griep); dat was heel goed toepasbaar. Daarnaast was ook de situatie rondom de kindergeneeskunde (red. tekort aan gespecialiseerd personeel in OLVG) afgelopen december/januari, waar een extra bestuurlijk ROAZ werd ingelast om dit probleem regionaal op te lossen, een goede voorbereiding voor deze crisis. Dat zijn denk ik ook redenen waarom het bestuurlijk ROAZ op 13 maart de juiste bijeenkomst was op het juiste moment waarin alle zorginstellingen in dezelfde modus kwamen om hier gezamenlijk de schouders onder te zetten.

Als ik naar de landelijke geluiden luister, dan hebben we het in deze regio niet slecht gedaan met het ROAZ om dit goed voor elkaar te krijgen in één van de meest complexe ROAZ’en van Nederland. We hebben te maken met twee netwerken acute zorg, 6 veiligheidsregio’s, twee academische ziekenhuizen (weliswaar nu één organisatie), topklinische ziekenhuizen en sowieso met een hoeveelheid ziekenhuizen die je bijna in geen ander ROAZ tegenkomt. Dan heb ik het nog niet eens over de enorme ingewikkeldheid en uitgebreidheid van de VVT-sector. Dat is ook een belangrijk punt wat ik wel wil noemen: we hebben tijdig de VVT-sector erbij betrokken, zij zijn partner in het ROAZ. Dit gebeurde de afgelopen jaren ook al bij oefeningen. Voor deze crisis was het van essentieel belang dat de VVT-sector vanaf het begin erbij betrokken was, want ze kunnen de ziekenhuizen ontlasten en daardoor doen ze bijvoorbeeld vanaf het begin ook mee in de verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen. En ik zie en hoor uit het land van andere ROAZ’en dat de VVT-sector nog niet goed ingebed was in de ROAZ-structuur en dat ze daar nu last van hebben, vooral bij de verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen. In sommige regio’s wordt er een RONAZ opgericht, voor niet-acute zorg. Ik ben blij dat wij dat niet nodig hebben en dat dit in één ROAZ georganiseerd is.

In hoeverre waren we op deze situatie voorbereid?
Je bent nooit voorbereid op iedere situatie, het is ook altijd improviseren. We hebben in het verleden meerdere infectieziekten gehad (zware griepepidemieën, Mexicaanse griep enz), waar er meer zieken waren dan nu, maar dit waren minder ernstig zieke patiënten, waardoor er minder belasting was op de IC’s. We hebben ook ernstigere virussen gehad, zoals SARS en MERS, maar dat waren maar heel weinig zieken, dus dat is ook nooit echt een belasting geweest op de zorg. Bij dit COVID-19 virus komt het wel samen, waardoor het echt zo hard aankomt. En dan nog het ingewikkelde dat tegelijkertijd de samenleving op slot zit door de maatregelen.
Maar door de goede samenwerking die er is, gaat er geen energie verloren aan gedoe en kan je je dus wel richten op wat je moet doen op dat moment, bijvoorbeeld het gezamenlijk opschalen van de IC-capaciteit in de ziekenhuizen op een uniforme wijze binnen de regio.

Is dit voor jou de ‘grootste’ crisis waar je mee te maken hebt gehad in jouw loopbaan?
Ik heb daar wel eens over nagedacht. Als ik terugkijk, heb ik een heleboel crises meegemaakt. Mijn eerste crisis was de polio-epidemie in 1992-1993 in de biblebelt, toen werkte ik daar. Dat was ook beste een grote crisis, maar echt alleen maar in de groepen die je daar ziet met veel slachtoffers. De drie grootste crises die ik heb meegemaakt waren (chronologische volgorde):

  1. Ontruiming Betuwe en Bommelerwaard – ik werkte toen in Tiel en toen hebben we vanwege de overstroming hele dorpen en steden (bij elkaar ongeveer een kwart miljoen mensen) moeten evacueren. Die crisis raakte mij ook persoonlijk, omdat ik daar zelf ook woonde, dus mijn gezin moest ook naar een andere plek toe, terwijl mijn werk daar natuurlijk gewoon door ging.
  2. Zedenzaak – deze crisis was vooral groot door de enorme persoonlijke impact op de slachtoffers en hun familie.
  3. Coronacrisis – als je kijkt in omvang en wat deze crisis voor de maatschappij betekent, is dit natuurlijk wel de grootste. Het is eigenlijk niet te vergelijken welke crisis groter of erger is geweest. De zedenzaak heeft op mij heel veel indruk gemaakt door het grote persoonlijke leed wat daar speelde. Zo langzamerhand gaan we bij deze crisis natuurlijk ook een groot persoonlijk leed zien bij met name ouderen, nabestaanden en de manier waarop mensen overlijden op dit moment. Alhoewel de verschillende typen crises niet goed te vergelijken zijn, is de corona-crisis wel de grootste crisis waar ik mee te maken heb gehad.

Waar denk je dat de grootste uitdaging lag en nog ligt in deze crisis?
De grootste uitdaging lag op een gegeven moment wel in de zorg: gaat het overlopen of niet? Dat lijkt nu af te vlakken. Het lijkt alsof de dijken het houden, maar de grote uitdaging die er nu ligt is hoe lang kunnen we dit volhouden, hoe lang moeten we dit volhouden en hoe gaan we zorgen dat alle andere noodzakelijke zorg die nu uitgesteld is ook weer uitgevoerd kan worden? We kunnen ons helemaal richten op de COVID-IC’s, maar het is voor de lange termijn niet denkbaar dat we dat alleen maar kunnen blijven doen, er gebeurt veel meer in de samenleving en er is natuurlijk ook veel meer andere zorg nodig. Zorg waar we het voor deze crisis al druk genoeg mee hadden.
Als je naar de zorg kijkt, denk ik dat dat de grootste uitdaging is.

Hoe kunnen we de inzichten die we hebben opgedaan en opdoen in deze crisis straks meenemen in de preparatiefase/voorbereiding op volgende crises en rampen? 
Eigenlijk zoals altijd bij een incident of crisis: goed evalueren, goed terugkijken, goed kijken waarom hebben we dingen zo gedaan zoals we ze gedaan hebben, waarom moesten we dingen zo doen omdat het moest en waarom hebben we dingen niet gedaan. Evaluaties vinden dan plaats bij individuele instellingen, regionaal en landelijk en het liefste op een eenduidige manier.
Belangrijk hierbij zijn de generieke lessen die we hieruit kunnen leren. Een groot probleem in de rampenbestrijding is dat we ons altijd voorbereiden op de ramp die net geweest is. Als er een terroristische aanslag is geweest, gaan we ons allemaal op terroristische aanslagen voorbereiden enz. Dat gebeurt automatisch, dat is dan actueel. Maar we hebben nu een infectieziektecrisis; ik hoop dat deze op enig moment eindig is en dan moeten we een aantal generieke dingen wel gaan vastleggen, bv hoe heeft de opschaling plaatsgevonden, waar moeten we in Nederland zelf voor zorgen en waar kunnen we afhankelijk zijn van import (groot probleem bij de beschermingsmiddelen)? Generieke lessen zijn belangrijk, want dezelfde crisis komt nooit terug, er komt altijd een andere crisis terug.

Waar ben je het meest trots op als je terugkijkt op je loopbaan?
Als ik terugkijk naar de 15 jaar dat ik hier gewerkt heb, ben ik het meest trots op wat er in de samenwerking is gebeurd in het Amsterdamse. Toen ik hier 15 jaar geleden kwam, was er een heel klein GHOR-bureautje dat niet of nauwelijks contact had met de ziekenhuizen en de zorginstellingen in de regio. Het bureau was eigenlijk alleen maar bezig met de ambulancedienst en gewondennesten, alleen gericht op flitsrampen. De aanleiding om de GHOR-organisatie te verbeteren en beter te laten samenwerken met ziekenhuizen en andere zorginstellingen was de Volendam-ramp en de Bijlmer-ramp. Daar waren dingen toen nog niet zo geregeld zoals ze nu wel geregeld zijn. En natuurlijk ook mede dankzij nieuwe wet- en regelgeving, maar ook door de oprichting van de ROAZ’en, hebben we een enorme slag geslagen naar een veel betere samenwerking binnen deze regio. Ik vind dat we dat in deze regio nu goed hebben staan en ik ben er trots op dat ik daar aan bij heb mogen dragen; een verdienste van ons allemaal!

Tot slot: heb je al plannen voor als je straks echt met pensioen gaat?
Nee, ik heb expres nog geen plannen gemaakt. Eerst nog maar even wennen aan het idee en een beetje bijkomen. Mogelijk gaat het dan echt gebeuren per 1 juni of mogelijk later als de situatie dat nog van mij vraagt!

Netwerk Acute Zorg Noordwest en SpoedZorgNet willen Jan Woldman hartelijk bedanken voor de samenwerking en zijn jarenlange inzet in onze regio!

Deel bericht: