Spoedposten sluiten hun deuren, hoe erg is dat?

8 maart 2019

Het aantal spoedposten in ziekenhuizen neemt snel af. Dat hoeft op zich niet zo erg te zijn, maar als patiënten voor hun verdere zorg ook wegblijven, wordt het lastig. Hoe houd je zo’n ziekenhuis toch overeind?

En weer kwamen er vorige maand ziekenhuizen bij die hun afdelingen spoedeisende hulp (seh) gaan sluiten: in Hoogeveen en Stadskanaal. Ze voegen zich bij ziekenhuizen in Tilburg, Lelystad en Den Haag die even­eens de afgelopen maanden bekendmaakten hun spoedposten te sluiten. Vijf jaar geleden waren er nog 94 hulpposten waar patiënten op elk moment van de dag of nacht terechtkonden. Als ook de seh’s in eerdergenoemde steden sluiten, blijven er nog 79 over.

Zo’n sluiting leidt steevast tot onrust bij de bewoners van de regio. Wat als ik straks een hartinfarct krijg, moet ik dan drie kwartier in een ambulance liggen die over hobbelige wegen naar een ziekenhuis in een vreemde stad rijdt?, vragen sommigen zich af. Hoe begrijpelijk deze angst ook is, de doembeelden komen niet overeen met de werkelijkheid, zeggen deskundigen. Ja, sluiting van spoedeisendehulpposten kan nadelige effecten hebben, zo laten onderzoeken zien, maar het hoeft niet. Daarnaast is het niets nieuws als ambulances de dichtstbijzijnde ziekenhuizen links laten liggen als zij verderop betere zorg voor hun patiënt kunnen krijgen. “Bij sluitingen van seh’s komt altijd emotie vrij”, zegt Annemarie van der Velden, seh-arts in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht en voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA). “Dat komt doordat mensen het gevoel hebben dat de risico’s omhooggaan en de kwaliteit van zorg daalt. Maar dat is zeker niet het geval.

De sluiting van de spoedeisende hulp in het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis bijvoorbeeld zal helemaal geen gevolgen hebben omdat de volgende seh 3 kilometer verderop ligt.” Remko Seinstra gebruikt vergelijkbare woorden. Hij is centrummanager van de afdelingen spoedeisende hulp, intensive care en cardiologie van het Tjongerschans ziekenhuis in Heerenveen en manager van de seh in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). “In het zuiden en westen van Nederland zijn er meer ziekenhuizen per vierkante kilometer. Bij ons in het noorden is de spreiding groter.” Dus zijn ook de consequenties groter, merkten bewoners van de regio rond Dokkum vijf jaar geleden. Toen sloot de acute hulppost van het lokale ziekenhuis waardoor bewoners nu naar Leeuwarden, Groningen of Drachten moeten. Seinstra zag in Leeuwarden wel een lichte toename van patiënten, maar de sluiting in Dokkum zorgde niet voor files van ambulances en opstoppingen van brancards in de gang. Norm van 45 minuten Dat beeld werd vorig jaar wel geschetst door de voormalig directeur van UMCG Ambulancezorg, een van de ambulancediensten in de regio.

Eind oktober schreef Tjerk Hiddes in een brief dat patiënten onaanvaardbare risico’s lopen als de seh’s in Stadskanaal en Hoogeveen sluiten. De reistijden worden langer en ziekenhuizen met seh’s zullen eerder vol zitten en opnamestops afkondigen, stelde hij. De nieuwe directeur, Victor Verrijp, is voorzichtiger in zijn uitlatingen. Hij kan nog weinig zeggen over de gevolgen omdat de plannen nog niet precies bekend zijn. Die komen waarschijnlijk deze zomer naar buiten. Wel maakt Verrijp zich net als zijn voorganger zorgen over de volle ziekenhuizen die geen patiënten meer opnemen. “Ziekenhuizen vragen dan een time-out aan omdat ze vol zitten. Dat moet niet te vaak gebeuren, anders kunnen we patiënten moeilijker kwijt en krijgen we hen lastiger binnen 45 minuten op de goede plaats.” Die 45 minuten is de maximale tijd die mag verstrijken tussen een melding en de aankomst op een afdeling in een ziekenhuis. De norm wordt bijna in heel Nederland gehaald. Alleen op de Waddeneilanden lukt dat niet. Die 45 minuten is overigens een willekeurig gekozen norm. “Dat hebben we onszelf in Nederland opgelegd”, zegt Van der Velden. “Er zijn geen studies waaruit blijkt dat patiënten na 45 minuten onomkeerbare gezondheidsschade oplopen.”

Niet iedereen komt de seh binnen in een ambulance met gillende sirenes. De meeste patiënten gaan eerst naar de huisarts. Als de huisarts hen doorverwijst naar de spoedeisende hulp, moeten bijvoorbeeld de inwoners van Lelystad en Dokkum langer reizen dan ze gewend waren. De eventuele vervolgbehandeling gebeurt vaak in hetzelfde ziekenhuis, zodat zij ook daarna verder moeten rijden. Dat kan onhandig zijn, maar levert niet de grootste zorgen op. Die zitten bij de levensbedreigende situaties na een verkeersongeluk bijvoorbeeld of na een hartaanval. Maar voor dat soort ‘hoogcomplexe zorg’ verandert er niet veel. Ambulances rijden al jaren niet meer naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. “Al is een ambulance met een ernstig zieke patiënt dichter bij Heerenveen, dan kan hij alsnog naar Groningen rijden”, zegt Seinstra. “Daar heb je het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

De universitaire centra doen de hoogcomplexe zorg. En als er iets misgaat met het hart, rijdt een ambulance ook niet altijd naar het eigen ziekenhuis maar naar het MCL in Leeuwarden. Daar is namelijk het hartcentrum in Friesland. Zo werken we al jaren, al is dat misschien wat minder bekend bij het publiek.” Van der Velden geeft het voorbeeld van brandwonden. Wie derdegraads brandwonden oploopt in Amsterdam, passeert in de ambulance waarschijnlijk flink wat ziekenhuizen voordat hij of zij aankomt in het brandwondencentrum in Beverwijk. Dat topklinische centrum is een goed voorbeeld van gespecialiseerde of geconcentreerde zorg. Door zorg voor een bepaalde aandoening te concentreren op één plek, stijgt de kwaliteit van de behandeling. Dat is ook de reden van de sluitingen van de seh’s. Natuurlijk speelt geld een rol, maar het gaat ook om concentratie van kennis en kunde.

Geboortes en heupfracturen Voor de ernstigste aandoeningen geldt dat je beter in een keer op de goede plek kan zijn, zegt Van der Velden. “Dan maar wat langer in de ambulance. Dat zijn tegenwoordig kleine rijdende ziekenhuizen. Alles wat levensreddend is en direct moet gebeuren, kan in de ambulance waardoor de tijd die je nodig hebt om vanuit de ambulance naar het ziekenhuis te komen net iets minder belangrijk wordt.” Een tweede reden waarom bewoners argwanend kijken naar de sluiting van een seh is de zorg over wat er overblijft van een ziekenhuis zonder acutehulppost. “Een deel van de nieuwe patiënten komt via de eerste hulp”, zegt zorg­econoom aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, Marco Varkevisser. “Dat deel bedraagt 40 procent”, vult Van der Velden aan. “Dat wil niet zeggen dat 40 procent van wat een ziekenhuis doet spoedeisende hulp is, maar 40 procent van de productie komt indirect via de seh. Denk aan mensen die op controle komen of later nog eens worden geopereerd.” Varkevisser: “Als je die poort sluit, raak je dus een deel van je patiënten kwijt”.

Varkevisser wijst op een rapport van accountantsbureau KPMG over de sluiting van acutezorgafdelingen, in opdracht van het Zorginstituut Nederland. Daarin staat dat de effecten voor het ziekenhuis als geheel het sterkst zichtbaar zijn als de seh stopt met verloskunde en heupfracturen. Als de spoedzorg rond geboorte verdwijnt, heeft dat namelijk invloed op de expertise en omzet van de afdeling kindergeneeskunde, waar minder patiënten binnenkomen. Bij heupfracturen geldt in zekere zin hetzelfde. Vaak hebben de (oudere) patiënten meerdere aandoeningen. Als zij niet langer binnenkomen, dreigt het gevaar dat een deel van de orthopedische chirurgie patiënten verliest. Gevolgen zijn wederom verlies aan kennis, minder patiënten, en minder omzet. Anders ligt dat voor de acute zorg rond hartaanvallen, beroertes en gescheurde buikslagaders. Als een seh stopt met dat soort behandelingen, heeft dat nauwelijks effect op de rest van het ziekenhuis.

Klein en dichtbevolkt

De onderzoekers van KPMG constateren iets dat belangrijk kan zijn voor kleine ziekenhuizen. Bij sommige aandoeningen is er een verband tussen het aantal patiënten met een specifieke aandoening en de kwaliteit van de zorg die artsen leveren. Dat geldt bijvoorbeeld voor hartaanvallen en beroertes. Maar voor heupfracturen kan ook goede zorg worden verleend bij kleine aantallen patiënten. Kijk daarom niet alleen naar het aantal patiënten bij beslissingen over het sluiten van afdelingen, waarschuwt Varkevisser. “Dan doe je geen recht aan de verschillen die tussen diverse vormen van spoedzorg bestaan.” Een voorbeeld van hoe het volgens hem ook kan: concentreer de spoedzorg voor hartaanvallen en beroertes – waar een samenhang is tussen aantal patiënten en kwaliteit – in een groter ziekenhuis. En laat kleinere ziekenhuizen hun seh openhouden voor heupfracturen. Op die manier sluit je een ziekenhuis niet op voorhand uit van een voor hem belangrijke stroom patiënten, legt hij uit. “Laat onverlet dat het in een relatief klein en dichtbevolkt land als Nederland natuurlijk geen verkeerde vraag is om te kijken of ieder ziekenhuis 24/7 een volledig uitgeruste seh moet openhouden.”

Om te voorkomen dat kleine ziekenhuizen zonder seh wegzakken en daardoor minder zorg kunnen bieden aan de bewoners, is samenwerking essentieel. In het noorden werken ziekenhuizen samen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de zorg goed blijft. Zo kan een patiënt voor een operatie naar Leeuwarden, maar krijgt hij de nazorg in zijn eigen ziekenhuis in bijvoorbeeld Drachten. Bij een sluiting duikt geregeld de door sommigen zo verfoeide marktwerking in de zorg op. Onterecht, vindt Varkevisser. “De vraag welke vormen van spoedzorg vanuit het oogpunt van kwaliteit en kosten beter op minder plekken kan worden geconcentreerd speelt overal. Ook in gecentraliseerde zorgsystemen met niet of nauwelijks marktwerking. Kijk naar het rapport van KPMG. Daarin worden verschillende voorbeelden genoemd van sluitingen in het buitenland, onder meer in Groot-Brittannië en Australië. Dat zijn landen waar van oudsher een staatsgestuurde gezondheidszorg is.” Lees ook:

Alleen door samenwerking kan de spoedeisende hulp patiëntenstops voorkomen De druk op de posten voor spoedeisende hulp neemt de komende jaren toe. Er komen meer patiënten en de patiënten die er zijn, hebben intensievere zorg nodig, zo waarschuwt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de Monitor acute zorg 2018. Spoedhulp en intensive care dreigen te verdwijnen uit het regionale ziekenhuis Als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd vanaf 1 juli actief de nieuwe richtlijnen voor de intensive care gaat controleren, dreigt voor 40 procent van de algemene regionale ziekenhuizen sluiting van deze afdeling. Voor de afdeling spoedeisende hulp zijn de gevolgen nog groter.

Bron:Trouw

Deel bericht: