Traumazorg: verder concentreren of spreiden?

19 december 2019

Het risico om in Nederland te overlijden aan ernstige verwondingen is de afgelopen twintig jaar drastische kleiner geworden. Dat is mede dankzij de concentratie van de traumazorg. Is een verdere concentratie nodig om de resultaten te verbeteren? Of moeten juist meer ziekenhuizen deze specialistische zorg bieden?

Het is een groot dilemma waar de traumazorg de komende jaren voor staat. Dat bleek afgelopen week op het symposium van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (LNAZ) over twintig jaar traumacentra.

Voor de muziek uit

In 1999 werd de zorg voor mensen met de meest ernstige verwondingen, bijvoorbeeld na een verkeersongeval, geconcentreerd in elf traumacentra. Volgens Ernst Kuipers, voorzitter van het LNAZ en topman van het Erasmus MC, was de traumazorg daarmee zijn tijd ver vooruit. ‘Regionalisatie en regionale samenwerking zijn onderwerpen waar de meesten nu over na beginnen te denken. De traumazorg liep wat dat betreft voor de muziek uit’, zei hij op het symposium.

Een derde niet naar traumacentrum

Het succes van de concentratie van de traumazorg is evident. De sterfte is met 75 procent afgenomen. Kuipers waarschuwde echter dat de traumazorg niet op zijn lauweren kan rusten. ‘Behalve een moment om de successen te vieren, is dit ook een moment om zelfkritisch te zijn. We moeten niet denken dat we nog twintig jaar zo door kunnen gaan.’ De LNAZ-voorman wees erop dat nog altijd een derde van de slachtoffers van een ernstig ongeluk niet naar een gespecialiseerd traumacentrum wordt gebracht. ‘Dat zal wel aan de ambulancedienst hebben gelegen, denken we dan. Maar het is iets waar we met z’n allen aan moeten werken.’

Regionale herindeling

De sector moet er volgens Kuipers ook voor oppassen dat ze niets opgelegd krijgt. Hij verwees hiermee naar uitspraken van minister Hugo de Jonge (VWS) over de regionale indeling van de Nederlandse zorg dit najaar. De Jonge ergert zich aan de verschillende indelingen: er zijn 32 zorgkantoorregio’s, 42 jeugdzorgregio’s, 25 GGD-regio’s en datzelfde geldt voor andere zorgsectoren. De minister pleit voor meer structuur door één regio-indeling aan te houden. Zijn voorkeur gaat uit naar de indeling die de zorgkantoren hanteren. ‘Dat zijn 32 regio’s, terwijl sommigen onder ons elf regio’s al te veel vinden voor de traumazorg’, aldus Kuipers.

Kwaliteitsnorm

De Jonges collega Bruno Bruins (Medische Zorg) sprak op het symposium zijn waardering uit voor de grote vooruitgang die geboekt is door de traumazorg. De minister ziet echter ook ruimte voor verbetering, zo hield hij de zaal voor. In een spreiding van de hoog-specialistische zorg ziet hij niets. ‘Er worden ieder jaar 80 duizend patiënten opgenomen na een ongeval, van wie er 4600 zeer ernstig aan toe zijn. Met deze aantallen is het niet mogelijk om in elk ziekenhuis genoeg ervaring te hebben met deze vorm van zorg’, zei Bruins. ‘De kwaliteitsnorm, door het veld zelf ingesteld, is minstens 240 gevallen.’

Verkeerstoren voor triage

‘Om iedereen op de juiste plek te krijgen, is wellicht een betere triage nodig’, opperde de minister. ‘Misschien is daar een soort verkeerstoren voor nodig.’ Bruins legde tot slot een viertal vragen aan de zaal vol professionals uit de traumazorg voor. ‘Moeten we concentreren? Hoe zorgen we dat mensen op de juiste plek komen? Hoe komen we meer te weten over de lange termijn uitkomsten? En hoe kunnen we de behoefte aan acute zorg verminderen?’

Internationale vergelijking

Een internationale vergelijking biedt niet direct een eenduidig antwoord op deze vragen. Dat bleek uit lezingen van gasten uit onder meer Duitsland, Noorwegen en Engeland. Waar voor Noorwegen de grote afstanden concentratie niet mogelijk maken, is in de Londense metropool spreiding op dit moment gewenst om de druk op hoog-specialistische traumacentra te verlichten. In Duitsland is het de vraag of 600 traumacentra niet te veel zijn. De Zuid-Afrikaanse professor Ken Boffard, die momenteel aan het Zweedse Sahlgrenska Universitair Ziekenhuis is verbonden, maande Nederland om vooral uit te gaan van de actuele behoefte aan zorg en de toekomst niet te laten dicteren door de ideeën van twintig jaar geleden.

Deel bericht: