Twee dagen na de aanslag begint ramp voor de zorg pas echt

3 oktober 2016

Terroristen plegen vaak twee aanslagen tegelijk. Dat was in 2001 al zo, toen zowel de Twin Towers als het Pentagon werden aangevallen. Later was dat ook het geval in Londen met aanslagen op twee metrostations. Parijs volgde met aanslagen bij Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt. In Brussel vonden onlangs aanslagen plaats op Zaventem en een metrostation. Wat kan de Nederlandse zorg leren van al die gelijktijdige aanslagen?

Leerpunten

De vraag wat Nederland kan leren van recente aanslagen in het buitenland komt uitgebreid aan de orde op het Nationale Spoedzorgcongres op 7 oktober in Utrecht. Ter voorbereiding op de sessies over acute zorg tijdens en kort na aanslagen volgt hieronder een beschouwing over de mate waarin Nederland is voorbereid. De leerpunten van Brussel, Londen en andere aanslagen komen op het congres zelf aan de orde.

Indien Nederland wordt getroffen door twee terroristische aanslagen tegelijk:

  1. Worden twee meldkamers ambulancezorg ingeschakeld. De eerste bevindt zich in het rampgebied, onderhoudt contacten met politie en brandweer en inventariseert waar ambulances hoeveel gewonden moeten ophalen. De tweede meldkamer mobiliseert ambulances uit het hele land. Tijdens de de vuurwerkramp in Enschede waren er ambulancediensten die spontaan tientallen auto’s stuurden. Dat gaat nu niet meer gebeuren.
  2. Zijn er voldoende ambulances beschikbaar. Omdat Nederlandse ambulanceauto’s zowel voor ziekenvervoer zijn in te zetten als voor spoedeisende ritten, is er grote capaciteit beschikbaar.
  3. Moet het ambulancepersoneel overstappen op een andere behandelingsfilosofie. Gebruikelijk is dat verpleegkundigen eerst hulp bieden en vervolgens naar een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) rijden. Deze filosofie heet Stay and Play. De andere filosofie heet Scoop and Run. Hierbij vindt de behandeling onderweg plaats, terwijl de auto rijdt en daarna op de SEH. De Nederlandse term is Inpakken en wegwezen. Bij aanslagen is deze laatste aanpak verstandig, omdat onzeker is of er ter plekke nog meer aanslagen volgen.
  4. Lopen ambulance bemanningen gevaar voor eigen leven. Dat staat haaks op het gebruikelijke uitgangspunt dat de veiligheid van verpleegkundigen en chauffeurs voorop staat. Bij een calamiteit is dit principe niet vol te houden.
  5. Zijn er voldoende ziekenhuizen die eerste opvang kunnen bieden. Bij de calamiteit met het Turkse vliegtuig dat neerstortte nabij Schiphol en bij de evacuatie na de wateroverlast van VUmc-patiënten bleken tal van ziekenhuizen bereid patiënten op te vangen. Deels doen zij dat om ideële redenen: dit past in de missie van een algemeen ziekenhuis. Deels doen zij dat uit andere overwegingen. Want die bereidheid bevordert hun reputatie onder de bevolking en creëert positieve publiciteit. Ook gaat de teamgeest binnen het ziekenhuis ermee vooruit.
  6. Is onduidelijk of traumacentra bij voorkeur de eerste opvang moeten bieden aan ernstige slachtoffers. Dit is bij patiënten met multitrauma wel gebruikelijk. In Engeland geldt bij calamiteiten: life saving before limbs saving. Levens redden kunnen alle ziekenhuizen. Voor het redden van ledematen en organen zijn traumacentra geschikter dan andere ziekenhuizen.
  7. Is er gebrek aan capaciteit voor specifieke behandelingen. Aanslagen leveren vaak grote groepen slachtoffers op met een één soort verwonding, bijvoorbeeld schotwonden. Of brandwonden. In Brussel waren er vooral verwondingen door metaalsplinters. Het behandelen van deze letsels vraagt specifieke competenties die niet iedere chirurg (schotwonden, splinterwonden) of plastisch chirurg (brandwonden) bezit. Bij de ramp in Volendam kwamen tal van patiënten met ernstige brandwonden voor. In Nederland was toen niet voldoende capaciteit om hen te behandelen. België en Duitsland sprongen toen bij.
  8. Zijn militairen inzetbaar als extra hulpkrachten. Sinds kort is het een kerntaak van het Nederlandse leger om ook hulp te verlenen tijdens rampen en niet alleen tijdens oorlogen. Zo kwamen militairen te hulp om patiënten op brancards via trappenhuizen te evacueren bij het VUmc. De evacuatie alleen via ziekenhuisliften zou anders te lang duren.
  9. Heeft de ramp grote effecten op de zorgverlening vanaf één tot twee dagen na de aanslagen. Dan zijn tal van slachtoffers geopereerd. Zij verblijven soms weken op de intensive care. Die bedden zijn dan niet beschikbaar voor reguliere IC-patiënten. Dat levert gedoe en dilemma’s op. Bovendien zijn DBC’s voor langdurige operaties (vaak het geval bij aanslag-slachtoffers) meestal niet kostendekkend en hebben ziekenhuizen tegenwoordig een vast budget.
Spoedzorgcongres

Het spoedcongres op 7 oktober gaat in op de leerpunten die Brussel en Londen opleverden voor Nederland. De punten 3, 4, 6, 7 en 9 komen aan de orde in een ronde-tafel-gesprek à la De Wereld Draait Door. Hierbij zullen de eindverantwoordelijken voor de hulpverlening tijdens en na de aanslagen in Brussel en Londen aanwezig zijn. Daarnaast biedt het congres inzicht in recente ontwikkelingen in de reguliere acute zorg, zoals aangeboden via huisartsenposten en Spoedeisende Hulpafdelingen.

Bron: Guus Schrijvers

Deel bericht: