Van Ark lanceert poldermodel voor code zwart

26 maart 2021

Een veelheid aan sector- en regioplannen moet de zorgaanbieders gaan helpen om snel te kunnen handelen als de ziekenhuizen overstromen met covid-patiënten en er een noodsituatie ontstaat. De hele zorg praat mee. Maar wie zich niet aan de afspraken houdt, wordt op de vingers getikt.

Hierover heeft minister Van Ark een brief aan de Kamer gestuurd: ‘Tijdelijk verdiepend beleidskader ‘Continuïteit en kwaliteit van zorg in fase 3 van de COVID-19 pandemie’.

Fase 3

De term ‘Code zwart’ wordt in de brief niet meer expliciet genoemd en lijkt intussen te zijn omgedoopt in ‘fase 3’. De minister schrijft: “Van fase 3 is sprake als alle capaciteit volledig is benut, alles maximaal opgeschaald en afgeschaald is en de samenwerking tussen zorgaanbieders zorgbreed volledig en maximaal is benut. Er zijn op dat moment geen lokale of regionale oplossingen meer mogelijk om de continuïteit van zorg te waarborgen.” Ter informatie: op dit moment bevinden wij ons in fase 2.

Het afkondigen van fase 3 is een besluit van de minister voor Medische Zorg en Sport, momenteel Tamara van Ark. Deze noodsituatie kan alleen landelijk worden afgekondigd en gebeurt pas alle opties in fase 2 zijn benut. De voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg (Ernst Kuipers, voorzitter raad van bestuur van het Erasmus MC) informeert de minister voor MZS en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd als fase 3 er dreigt aan te komen. Dit gebeurt in afstemming met het zogenoemde ‘joint coalition overleg’ waarin alle betrokken zorgpartijen zijn vertegenwoordigd. De IGJ (inspecteur-generaal Marina Eckenhausen) en de NZa (bestuursvoorzitter Marian Kaljouw) voeren dan een snelle verificatie uit op basis van de meest recente informatie. Vervolgens mag de minister voor MZS besluiten om fase 3 af te kondigen.

IC-bezetting

Een belangrijke graadmeter voor de minister is in ieder geval het huidige afkappunt: een bezetting van 1700 IC-bedden. Momenteel liggen er volgens het coronadashboard 625 mensen met covid-19 op de IC. Normaal zijn er in Nederland ongeveer 1150 IC-bedden beschikbaar die voor 70 tot 75 procent bezet zijn. Door planbare zorg af te schalen komt daar 20 procent bij. Daarnaast kan het aantal bedden worden vergroot door reservebedden in gebruik te nemen, OK’s voor beademing te gebruiken en kan Defensie extra beademingsapparatuur leveren. Wanneer het ziekenhuizen bovendien lukt extra beademingsapparatuur aan te schaffen, is het totaal aantal landelijke IC-bedden tot maximaal 2000 op te schroeven.

Een andere aanleiding voor fase 3 kan een piekbelasting zijn of bezetting in een andere sector, bijvoorbeeld wanneer de opgeschaalde beddencapaciteit buiten het ziekenhuis overal bezet is of landelijke spreiding van patiënten of personeel niet meer mogelijk is.

Regio

De besluitvorming over de zorg ligt bij de ROAZ-regio. In het ROAZ zijn alle partijen die een rol spelen in fase 3 van de covid-19 pandemie vertegenwoordigd, de voorzitters zijn afgevaardigden van de elf raden van bestuur van de ziekenhuizen met een traumacentrum. Ook de Directeur Publieke Gezondheid (Ciska Scheidel) neemt standaard plaats in het ROAZ-overleg. Als de situatie daarom vraagt, kan de ROAZ-voorzitter ook deelnemen in de vergaderingen van de Regionale Beleids Teams (RBT’s) van de Veiligheidsregio’s.

Klankbord zorgorganisaties

De LNAZ-voorzitter krijgt zijn informatie om te beginnen uit de elf acute zorgnetwerken. Daarnaast fungeert het joint coalition overleg als klankbord. Dit overleg bestaat naast de LNAZ-voorzitter uit één deskundige vanuit de NVZ, NFU, VVT, V&VN, AZN, huisartsen, FMS, GGZ, VGN en GGD-GHOR. Een vertegenwoordiger vanuit de patiëntenorganisaties zal aansluiten als waarnemer. Op die manier kan de hele zorg meepraten.

Sectorplannen

Verschillende zorgsectoren hebben de afgelopen periode eigen plannen gemaakt voor crisissituaties. Daarin is zorgvuldig beschreven hoe de sector zowel de covid- als de non-covid-zorg op de meest passende wijze kan verlenen. Daarnaast zijn er dan weer in elke ROAZ-regio sectoroverstijgende plannen gemaakt die zich richten op de organisatie van de zorg.

Hoewel het de regio’s vrij staat hun eigen plannen te volgen, is er nog wel een check nodig door het LNAZ. Samen met een kerngroep waarin alle zorgsectoren en de IGJ zijn vertegenwoordigd, vergelijkt het LNAZ de regionale plannen aan de hand van een ‘vergelijkingskader’.

Toezicht en handhaving

De minister houdt er rekening mee dat zorginstellingen of zorgverleners soms toch van de plannen afwijken als de nood aan de man komt. Ze denkt daarbij aan een situatie waarin een zorgaanbieder weigert om patiënten over te nemen, personeel aan te bieden aan een andere organisatie of geen extra plekken waar zorg geleverd kan worden wil organiseren.

Voor die gevallen is er een ‘escalatieladder’ bedacht die moet voorkomen dat er willekeur ontstaat. Als eerste zal de voorzitter van het ROAZ de desbetreffende zorgaanbieder aanspreken. Mocht dat onvoldoende effect hebben, dan kan de ROAZ-voorzitter de hulp inroepen van Ernst Kuipers. Wanneer ook dat niet helpt, kan de LNAZ-voorzitter de situatie melden bij de IGJ en NZa. Deze toezichthouders mogen vervolgens handhavend optreden.

Bron: Skipr

Deel bericht: