Virtuele verpleegkundige Molly houdt patiënt uit het ziekenhuis

23 maart 2017

Het Hart & Vaat Centrum van het UMC+ in Maastricht experimenteert al jaren met telemonitoring. Dat houdt in dat patiënten na ontslag uit het ziekenhuis digitaal hun gezondheidsstatus kunnen monitoren. Zo kan op tijd aan de bel worden getrokken als iemand situatie verslechtert. Sinds eind 2016 test een klein groepje patiënten hoe het is om thuis begeleid te worden door een virtuele verpleegkundige, Molly. “Ze heeft een leuk koppie en een vriendelijke stem: het maakt patiënten eigenlijk niets uit dat ze niet echt is”, aldus MUMC+ onderzoekster Josiane Boyne.

Sinds 2014 gebruikt het Hart & Vaat Centrum het online platform MijnHartfalencoach om in contact te komen met patiënten. Zij worden op afstand begeleid: de website biedt informatie, coaching en een individueel behandelplan. “Mijn Hartfalencoach werkt prima, maar bevat in de huidige vorm te veel tekst en leeswerk”, aldus Boyne. “Zeker oudere patiënten ervaren dit als een belemmering. Begin 2016 kwam eigenlijk per toeval een Amerikaanse firma op ons pad die precies dit probleem wist te tackelen.”

Die Amerikaanse firma is Sensely, een bedrijf dat kunstmatige intelligente systemen en chatbots voor de zorg maakt (en onlangs nog in het nieuws was vanwege hun investeringsronde van acht miljoen dollar). Eén van die chatbots is Molly, een virtuele verpleegkundige. Sensely benadert het MUMC+ vanwege hun ervaring met telemonitoring bij hartfalenpatiënten. “Het bedrijf kwam in feite bij ons met een ‘lege’ Molly die met kennis gevuld moest worden. Wij misten een goede interface, een website of app om met patiënten te communiceren, zij misten content”, vertelt Boyne. “Ik dacht: als we onze inhoud in virtuele verpleegkundige Molly steken, dan krijgen we een goed product.”

Aan de slag met Molly

Zodoende start het Maastrichtse UMC start, samen met hun Mijnhartfalencoach-partner Sananet (een leverancier van zelfmanagementplatforms), een samenwerking met Sensely. De nieuwe telemonitoring tool van het Hart & Vaat Centrum wordt uitgerust met virtuele verpleegkundige Molly, die patiënten via een app vraagt hoe het met hun gaat, informeert over het uitvoeren van gewicht- en bloeddrukmetingen en uitslagen en advies geeft. Het systeem werkt via een smartphone en tablet app en werkt daarnaast met een Bluetooth bloeddrukmeter en weegschaal waarmee patiënten zelf metingen uitvoeren.

Eind vorig jaar startte de proef met dertig patiënten binnen de zogeheten Sensely-studie. “De ervaring van deze dertig patiënten wordt vergeleken met patiënten die nog nooit telebegeleiding hebben gehad en met patiënten die dit wel hebben gehad, maar hier om wat voor reden dan ook mee zijn gestopt. Tijdens de testperiode vullen de proefpersonen vragenlijsten in en achteraf halen we bij enkele patiënten en betrokken zorgverleners nog meer informatie over hun ervaringen op”, zegt Boyne.

Op huisbezoek

De Sensely-studie loopt nog enkele weken, maar de voorlopige resultaten zijn al binnen, vertelt de onderzoeker. “We zien dat de meeste mensen binnen de proef goed met Molly en de zelfmeetapparatuur uit de voeten kunnen. Er zijn ook een paar patiënten die hier wat meer moeite mee hebben. Dat heeft met name met de Bluetooth apparatuur te maken: die werkt namelijk niet altijd feilloos. Als jij vaker smartphones of computers gebruikt, dan schrik je daar niet zo van en probeer je het later nog eens. Mensen die geen ervaring hebben met apparaten koppelen via Bluetooth, weten niet meer wat ze moeten doen. Dan loopt het natuurlijk mis.” Om deze patiënten uit de brand te helpen brengt MUMC’s partner Sananet huisbezoeken en helpen zij de gebruikers weer verder. “Dat was voor ons erg belangrijk”, vertelt Boyne, “die ICT-ondersteuning is geen taak die wij vanuit het ziekenhuis op ons kunnen nemen.”

Is Molly al slim genoeg?

Los van de, soms niet meewerkende, Bluetooth apparaten verloopt het contact met Molly goed. “Althans, ‘contact’ is een groot woord. Op dit moment praat Molly alleen nog maar, en kunnen patiënten vervolgens in de app hun antwoord invoeren. We werken er hard aan dat Molly ook kan luisteren en patiënten dus tegen haar terug kunnen praten”, aldus Boyne.

Het is nog niet voorgekomen dat de virtuele verpleegkundige iets verkeerds heeft gezegd. “Molly is in het bezit van de belangrijkste basiskennis over hartfalenpatiënten. Ze weet natuurlijk nog niet alles wat wij in de afgelopen jaren aan kennis hebben opgebouwd, maar ze weet genoeg om nu een proef mee te draaien”, vertelt Boyne. “Wat we ons wel realiseren is dat Molly op dit moment alleen standaard adviezen kan geven. Neem bijvoorbeeld de marge waarin een bloeddruk goed of niet meer goed is. Voor de een is 140 prima, voor de ander gaat het bij 141 al helemaal mis. Nu staat Molly standaard ingesteld op een bepaalde marge, terwijl het mooi zou zijn om het advies toe te spitsen op het individu.”

Molly gaat volgens Boyne nog veel slimmer worden. “Nu kan onze virtuele verpleegkundige alleen registeren en adviezen geven, in de toekomst kan zo’n chatbot patiënten hopelijk nog beter ondersteunen om van alles zelf te doen. Bijvoorbeeld patiënten op basis van hun metingen adviseren om een pilletje meer of minder te gebruiken, of een herhaalrecept op te halen bij de apotheek.”

Risico’s

Volgens Boyne is het ziekenhuis volop bezig met de mogelijke risico’s die zij lopen door het inzetten van een virtuele verpleegkundige. “Er wordt altijd heel nadrukkelijk naar de patiënt gecommuniceerd: is er spoed, neem dan direct contact met ons op. Molly is niet voor noodgevallen. We hebben wel een quickscaningebouwd, een paar korte vragen waar een advies uitkomt. Als het ook maar een beetje neigt naar de gevarenzone, dan krijgt de patiënt direct advies om hulp te zoeken. Dan is het uiteraard wel aan de patiënt zelf om in actie te komen. Als zij dat niet doen, dan kan men de verantwoordelijkheid niet bij het ziekenhuis leggen.”

Minder patiënten naar het ziekenhuis dankzij Molly

Bij het MUMC+ wordt met de huidige Sensely-studie met name gekeken naar de technische kant van telemonitoring met Molly. “In een vervolgstudie willen we gaan onderzoeken of Molly echt opnames kan voorkomen”, vertelt Boyne. “Daar twijfel ik overigens niet aan: we zien dat resultaat al bij onze reguliere telemonitoring, ik kan me voorstellen dat virtuele coaching via Molly dat effect alleen maar zal vergroten.” Volgens de onderzoekster kan Molly er onder andere voor zorgen dat mensen trouwer zijn in het gebruik van het systeem. “Ik verwacht dat mensen meer betrokken zullen zijn bij hun telemonitoring, omdat ze het leuk gaan vinden om met Molly te werken. Ze heeft een leuk koppie en een prettige stem, ze spreekt je aan bij je voornaam. Op het moment dat mensen straks terug kunnen praten tegen haar, dan zullen ze Molly nog meer gaan zien als een zorgverlener, iemand die echt helpt en luistert.”

Ondanks haar hoge verwachtingen, begrijpt Boyne het als mensen nu nog sceptisch zijn. “Dat was ik ook. Ze denken de verpleegkundige even te kunnen vervangen, dacht ik. Inmiddels zie ik dat het werkt, dat het voor mensen niet uitmaakt dat Molly virtueel is.”

Koppeling met het EPD

Het uitbreiden van de domeinkennis van de chatbot en app is één uitdaging. Daarnaast wil het MUMC+ het telemonitoring systeem koppelen met het elektronische patiëntendossier (EPD) in het ziekenhuis. Ook dat is een uitdaging. “Op dit moment wordt de informatie verzameld in Mijnhartfalencoach alleen daar opgeslagen. Ik kan als zorgverlener wel bij die informatie komen, maar zorgverleners zonder login hebben die informatie niet. Een koppeling met het EPD is er niet.” En die moet er volgens Boyne wel komen, want alleen op die manier kan de informatie optimaal worden ingezet. “Ik begrijp dat het ziekenhuis wat terughoudend is, je moet toch de digitale deuren openstellen, maar anno 2017 kun je niet anders. Er komt steeds meer informatie van buitenaf, informatie die patiënten over zichzelf bijhouden, waar je als ziekenhuis wel grip op wilt houden. De mensen die op de achtergrond meekijken met een patiënten die ontslagen is uit het ziekenhuis moeten toegang hebben tot die data.”

Investeren in Molly

Voor de ontwikkeling van Molly heeft het MUMC+ in Maastricht financiële ondersteuning gekregen van een farmaceutische firma. “Met name het op elkaar afstemmen van de verschillende ICT-systemen was in het begin veel werk.” En het werk is nog niet klaar: Molly moet nog veel slimmer worden als het aan Boyne ligt. “Het is inderdaad een investering, maar dat hoort erbij. We willen vooruit. Je kunt achterover zitten en wachten tot anderen iets uitvinden, maar je kunt ook zelf aan het roer zitten, mee ontwikkelen en nadenken over de mogelijkheden die er zijn. Wij hebben gekozen voor de laatste optie, we willen zelf richting geven aan nieuwe eHealth-toepassingen.”

Bron: SmartHealth

Deel bericht: