De warme zone – wat is dat nou precies?

5 oktober 2016

Eigen veiligheid van personeel is belangrijk in de hulpverlening. Als hulpverleners wegvallen, zijn de kwaliteit en de kwantiteit van de hulpverlening in het geding. Geneeskundige hulpverleners mogen alleen hulpverlenen wanneer hun eigen veiligheid is gegarandeerd. Terecht wordt daar tijdens de opleiding ook flink op gehamerd.

Maar hoe zit het dan met de warme zone? Is dat wel veilig? Kunnen en mogen geneeskundige hulpverleners daar wel werken? En zo ja, hoe dan?

Naast scholing en procedurele aspecten zijn in uitzonderlijke gevallen ook persoonlijke beschermingsmiddelen nodig om de eigen veiligheid te garanderen. Het is algemeen geaccepteerd dat bijvoorbeeld stevige werkschoenen nodig zijn voor een goede hulpverlening, maar ook het dragen van een helm is in bepaalde situaties verplicht en geaccepteerd.

Tijdens een incident waarbij gevaarlijke (meestal chemische) stoffen zijn vrijgekomen en slachtoffers hiermee besmet zijn geraakt, is het de taak van de brandweer om (met behulp van persoonlijke beschermingsmiddelen) slachtoffers uit het besmette gebied te halen. Vervolgens worden de slachtoffers aan het ambulancepersoneel overgedragen.

Voordat de Handreiking Decontaminatie was opgesteld was dat de afspraak. Slachtoffers, soms nog 100% besmet, werden aan het ambulancepersoneel overgedragen, die geen beschermende kleding hadden.

Volgens de Handreiking Decontaminatie wordt het incidentterrein bij ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen en de slachtoffers ontsmet moeten worden in drie gebieden gedeeld. Dit zijn een “hot zone”, een “warme zone” en een “cold zone”.
De “hot zone” is het brongebied wat tot minimaal 25 meter bovenwinds doorloopt. Dit gebied is alleen toegankelijk voor de brandweer. In dit gebied wordt de “droge” ontsmetting door de brandweer uitgevoerd, dwz het verwijderen van de besmette kleding van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt dan overgedragen naar de “warme zone”.

gebiedsindeling

De “warme zone” is een gebied gecreëerd ín het veilige gebied om verantwoord slachtoffers (T1) te kunnen stabiliseren die – mogelijk – nog een restbesmetting hebben. (T2 en T3 slachtoffers worden hier door de brandweer indien nodig nat ontsmet en dan pas overgegeven aan het medisch personeel). Tegen de restbesmetting die T1 slachtoffers nog kunnen hebben (in haren of via uitademing) worden de hulpverleners beschermd met passende beschermingsmaatregelen: kleding die zowel voldoende bescherming biedt als garandeert dat het geneeskundige personeel stabilisatie werkzaamheden op het slachtoffer kan uitoefenen (bijvoorbeeld een infuus kunnen inbrengen of kunnen intuberen).

Het is hierbij belangrijk te realiseren dat de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die de slachtoffers uitademen en of via uitdamping kunnen verspreiden vele malen kleiner is dan de hoeveelheid waar zij zelf mee besmet zijn geweest. Bovendien wordt door het ontkleden van het slachtoffer al zo’n 70 – 80% van de besmetting verwijderd.

De implementatie van de handreiking loopt niet in alle regio’s gelijk op. Informatie hierover kan bij de eigen regio worden opgevraagd.

Bron: Ambulanceblog.nl

Deel bericht: