Zo beleefden ambulancemedewerkers de tramaanslag: ‘Ik dacht: Shit, nu is het echt’

12 april 2019

Vele tientallen medewerkers van de Regionale Ambulance Voorziening Utrecht moesten vorige week acuut in actie komen, na de schietpartij in Utrecht. Crisiscoördinator Sander Komijn (58) was ruim tien uur lang non-stop in touw om de hulpverlening in goede banen te leiden. „Collega’s zijn het incident ingezogen.”

oofd ambulancezorg Sander Komijn voelt de spanning door zijn lijf gaan, als hij maandagochtend de telefoon heeft opgenomen en zijn collega op de meldkamer ambulancezorg ‘schietpartij’ hoort zeggen. Dit is het scenario waar al zo vaak op geoefend is door hem en zijn collega’s, maar wat nog nooit werkelijkheid is geworden. Als hij rond 11.15 uur de meldkamercentraliste aanhoort, denkt hij direct: ‘Shit, dit is nu wel echt.’ „Dat wat we altijd gedacht hebben, gaat nu gebeuren. Het was niet de vraag óf zo’n aanslag een keer in Nederland zou gebeuren, maar wanneer en in welke vorm.”

‘Code 20’ Die eerste keer blijkt in Utrecht, midden in zijn werkgebied en terwijl hij dienst heeft als crisiscoördinator. Direct realiseert Komijn zich wat hem te doen staat: extra mensen en auto’s regelen. Want de ‘code 20’ die hij net heeft doorgekregen, betekent dat rekening gehouden wordt met 20 tot 30 slachtoffers. Een ruwe schatting op basis van alle informatie die razendsnel binnenkomt.

De eerste melding ‘schietpartij’ heeft de ambulancedienst al een half uur voor het telefoontje aan Komijn bereikt. Om 10.44 uur om precies te zijn. Toevallig is op dat moment net een ambulance in de buurt van de tram op het 24 Oktoberplein, na hulpverlening elders in Kanaleneiland. Een blik naar beneden leert de betreffende chauffeur en ambulancemedewerker dat het onder hun hulplocatie helemaal mis lijkt. Als zij even later aankomen bij de tram, blijkt hun vermoeden meer dan waar: politiemensen zijn dan al volop bezig met het verlenen van eerste hulp aan diverse mensen, die door rondvliegende kogels getroffen blijken te zijn op diverse plaatsen. Direct nemen de ambulancemensen de hulpverlening over van de agenten en wordt versterking ingeschakeld. „Pas als wij van de politie een sein krijgen dat het veilig is, kunnen wij naar binnen”, legt Komijn uit.

Snel na de eerste twee ambulancemensen arriveren nog eens zestien van hun collega’s, waardoor binnen de kortste keren tien ambulances op de plek van het schietdrama aanwezig zijn. Terwijl Komijn zelf vanuit het hoofdkantoor van ambulancedienst RAVU geen zicht heeft op de gebeurtenissen, krijgt hij dankzij de officier van dienst van zijn organisatie die wel bij de tram aanwezig is toch een goed beeld. „Vijf minuten na het belletje van de meldkamer had ik haar voor het eerst aan de lijn.”

Sms Dit gesprek onderstreept voor Komijn het belang van het inschakelen van veel meer extra mensen. „Daarvoor sturen wij een calamiteiten-sms rond binnen onze organisatie, naar alle 120 ambulanceverpleegkundigen en nog eens 100 ambulancechauffeurs. Wie op dat moment tijd heeft, is zeer welkom om te komen helpen.” Binnen no-time staan 37 extra mensen paraat op de ambulancelocatie in Soesterberg. Het zegt veel over de mentaliteit van de medewerkers, die zich realiseren dat sprake is van een bijzonder incident. Sommigen van hen moeten de regio in om te zorgen dat de reguliere spoedzorg bereikbaar blijft, anderen wachten op een signaal om in actie te komen in Utrecht.

Daarnaast staan nog eens acht ambulances uit drie andere regio’s paraat langs de A27. „We moesten voorbereid zijn op wat nog kon komen. Er was sprake van allerlei scenario’s van dreiging. We hebben op dat moment mensen geregeld om in te zetten tot dinsdagmorgen 07.30 uur. We hielden overal rekening mee. Ook was na een belletje rond elf uur al direct het calamiteitenhospitaal bij het UMC open. Dat was geen discussiepunt. Daarover zijn afspraken, het is een luxepositie die wij als enige ambulanceregio hebben. Het ontlast de spoedeisende hulp van het ziekenhuis en was zeer welkom bij het scenario met een mogelijke aanslag en veel slachtoffers.”

Urenlang wachten de ambulances in Soesterberg en langs de A27, voor het geval zoals gedacht werd inderdaad sprake was van schietpartijen op diverse locaties. „Ondertussen hadden we met de politie de afspraak dat we met ambulances alleen Kanaleneiland in mochten rijden onder begeleiding van politie en de Dienst Speciale Interventies.’’

Stressbestendig

Die extra inzet blijkt niet nodig. Terwijl de telefoon van Sander Komijn roodgloeiend staat en hij in de vergaderzaal vol moderne communicatiemiddelen het crisisteam ontvangt, wordt duidelijk dat het om één locatie gaat. „Ik ben maandag wel tachtig keer gebeld tussen 11.15 en 21.30 uur. Ja, je wordt op zo’n dag geleefd. Gelukkig ben ik door mijn eerdere werk op de ambulance en op de meldkamer stressbestendig.

” Collega’s vertelden dat ze het incident ‘ingezogen’ zijn

Voor de direct betrokken ambulancemensen wordt ook direct die maandag al de eerste samenkomst met professionele begeleiding opgetuigd, om alle gebeurtenissen te verwerken. „Collega’s vertelden dat ze het incident ‘ingezogen’ zijn. ‘Je stopt de ambulance en gaat erin’, heb ik meermaals gehoord. Verschillenden van hen wilden ook terug naar de plek, nadat ze een van de acht mensen naar het calamiteitenhospitaal hadden gebracht. Ze vertelden dat ze hun werk wilden ‘afmaken’. Ik ben trots op de medewerkers, die hun hulp zo goed hebben verleend. De hulpverlening is goed verlopen, daar hebben we ook veel reacties op gekregen.”

Geraakt En hoe hij het zelf ervaren heeft? „Vooral zo’n samenkomst met betrokken medewerkers raakt me. Ook vrijdag zijn we weer samengekomen en hebben mensen verteld wat ze hebben meegemaakt. Van de centraliste op de meldkamer die de eerste meldingen over een schietpartij binnenkreeg, tot de hulpverleners in de tram die dramatische dingen hebben gezien. Nee, voor dit soort samenkomsten zijn geen draaiboeken of scenario’s. Je doet wat goed is. Iedereen heeft het woord gehad. Je herbeleeft alles.”

Zulke heftige gebeurtenissen doen wat met je, zegt Komijn. „Dat raakt mij natuurlijk ook, het zou niet goed zijn als dat niet zo was. Ik had deze week ook een bijeenkomst met andere crisiscoördinatoren en heb daar eerst een half uur over de gebeurtenissen in Utrecht gepraat. Iedereen wil weten over de ervaringen en ik wil het kwijt ook. Tot op dit moment ben ik continu bezig geweest met vorige week maandag. Ook tijdens mijn vriendenweekeinde. Ik merk dat ik er continu mee bezig ben, dat ik het nog niet verwerkt heb. Ik ben zó druk geweest. Met tussendoor ook nog ontmoetingen tussen ambulancemedewerkers en premier Mark Rutte en koning Willem-Alexander regelen, net als RAVU-mensen die zichtbaar in de stille tocht meeliepen. Wat me het meeste raakt? Dat zulke jonge mensen getroffen zijn.”

Bron: AD.nl

Deel bericht: