Zoektocht naar beste afkapwaarde cardiaal troponine I

6 december 2017

Mensen met pijn op de borst en een cardiaal troponine I (cTnI) van minder dan 5 ng/l bij een hoogsensitieve test krijgen in 99,5% van de gevallen geen hartinfarct. Schotse cardiologen denken dat het gebruik van deze afkapwaarde kan helpen om onnodige opnames ter observatie op de acute harthulp terug te dringen (JAMA. 2017;318:1913-24).

De onderzoeksgroep die in 2015 berichtte dat seksespecifieke afkapwaarden kunnen helpen om bij vrouwen correct de diagnose van een hartinfarct te stellen, onderzocht nu met een meta-analyse de beste bovengrens voor cTnI bij het identificeren van laagrisicopatiënten. Ze gebruikten de individuele patiëntengegevens uit 17 cohorten en daarnaast nog de gemiddelden uit 2 andere studies. Daarmee hadden ze gegevens van 22.457 mensen met een mogelijk acuut coronair syndroom. Van hen kreeg 12,4% binnen 30 dagen de diagnose van een hartinfarct, of stierf door een cardiale oorzaak.

Om laagrisicopatiënten te identificeren berekenden de onderzoekers voor diverse afkapwaarden de negatief voorspellende waarde van de test. Bij een afkapwaarde van minder dan 5 ng/l was die 99,5%. In de onderzochte populatie kon de test daarmee 49% van de patiënten classificeren als laagrisico. Van deze mensen kregen enkelen wel binnen 1 maand een echt infarct, maar in die 30 dagen was de hartgerelateerde sterfte bij hen nihil. Logischerwijs was de negatief voorspellende waarde iets minder goed bij mensen die al ischemie op het ecg hadden en bijvoorbeeld wanneer patiënten al eerder een infarct hadden doorgemaakt.

Volgens de Schotten identificeert een afkapwaarde van 5 ng/l effectief de personen met hartklachten maar zonder een acuut risico op een coronair syndroom. Eigenlijk zou de gevonden negatief voorspellende waarde ook in een prospectief cohort moeten worden bevestigd door de testuitslag te gebruiken bij de klinische beslissing om iemand wel of niet ter observatie op te nemen.

Bron: NTvG

Deel bericht: